MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Vergiftiging door bijtende stoffen

Bijtende stoffen (sterke zuren en alkaloïden) kunnen bij inslikken verbrandingen veroorzaken aan tong, mond, slokdarm en maag. Door deze verbrandingen kunnen er perforaties in de slokdarm of maag ontstaan. Voedsel en speeksel dat via een perforatie weglekt kan een ernstige en soms dodelijke infectie in de borstholte (mediastinitis of empyeem) of buikholte (buikvliesontsteking of peritonitis) veroorzaken. Niet-perforerende verbrandingen kunnen tot littekenvorming in de slokdarm en maag leiden.

Industriële producten leveren meestal de grootste schade op omdat ze sterk geconcentreerd zijn. Sommige gewone huishoudelijke producten als afvoer- en toiletreinigers en sommige vaatwasmiddelen bevatten echter schadelijke bijtende stoffen als natriumhydroxide en zwavelzuur.

Bijtende stoffen zijn verkrijgbaar in vaste of vloeibare vorm. Het branderige gevoel dat een vast deeltje veroorzaakt wanneer het aan een vochtig oppervlak (zoals de lippen) vastkleeft, kan voorkomen dat iemand veel van het product binnen krijgt. Aangezien vloeistoffen niet vastkleven, krijgt iemand al snel meer van het product binnen, waardoor de gehele slokdarm beschadigd kan raken.

Symptomen

Het slachtoffer krijgt al snel, meestal binnen een paar minuten, last van pijn in de mond en de keel. De pijn kan hevig zijn, vooral bij het slikken. Het slachtoffer kan last krijgen van hoesten, kwijlen, onvermogen te slikken en benauwdheid. In ernstige vergiftigingsgevallen met krachtig bijtende stoffen kan het slachtoffer een zeer lage bloeddruk krijgen (shock) en kunnen er ademhalingsproblemen of pijn in de borststreek optreden. Uiteindelijk kan hij overlijden.

Een slokdarm- of maagperforatie kan optreden in de eerste week na inname van de bijtende stof, vaak nadat het slachtoffer heeft gebraakt of hevig heeft gehoest. De slokdarmperforatie kan een verbinding tot stand brengen naar het gebied tussen de longen (het mediastinum) of naar het gebied rond de longen (de pleuraholte). In beide gevallen krijgt het slachtoffer pijn in de borststreek, koorts, een snelle hartslag en een zeer lage bloeddruk. Er vormt zich een abces (een ophoping van pus) waarvoor een operatie noodzakelijk is. Buikvliesontsteking veroorzaakt hevige buikpijn en kan bijvoorbeeld ontstaan na een maagperforatie.

Littekenvorming in de slokdarm leidt tot een vernauwing (strictuur), waardoor het slachtoffer moeilijk kan slikken. Vernauwingen ontstaan meestal weken na de verbranding en komen soms ook voor bij verbrandingen die aanvankelijk slechts lichte symptomen veroorzaakten.

Diagnose en behandeling

De mond wordt onderzocht op chemische verbrandingen. Aangezien slokdarm en maag verbrand kunnen zijn zonder dat de mond verbrand is, brengt de arts soms een gastroscoop (een buigzaam kijkinstrument) in de slokdarm om te controleren op verbrandingen. Dat gebeurt vooral als het slachtoffer kwijlt of moeilijkheden heeft met slikken. Door rechtstreeks onderzoek van het gebied kan de arts de ernst van de verwonding vaststellen. Soms kan hij zo ook het risico van een vernauwing inschatten en bepalen of de slokdarm operatief moet worden hersteld.

De omvang van de schade is bepalend voor de behandeling. Bij slachtoffers met ernstige verbrandingen is soms een spoedoperatie noodzakelijk om zwaar beschadigd weefsel te verwijderen. Met corticosteroïden en antibiotica wordt geprobeerd om vernauwingen en infecties te voorkomen. Of deze middelen baten, is echter niet duidelijk.

Aangezien bijtende stoffen bij terugkeer door de slokdarm evenveel schade kunnen aanrichten als bij de inname, moet men iemand die een bijtende stof heeft ingeslikt nooit laten braken.

Bij lichte verbrandingen kan het slachtoffer worden gestimuleerd om al vrij vroeg in het herstelproces vloeistoffen te gaan drinken. In andere gevallen worden er intraveneus vloeistoffen toegediend totdat het slachtoffer weer kan drinken. Als er vernauwingen ontstaan, kan er een buis (stent) in het vernauwde deel van de slokdarm worden aangebracht om te voorkomen dat de slokdarm afgesloten raakt en om latere verwijding van de slokdarm (dilatatie) mogelijk te maken. Soms is het gedurende maanden of jaren nodig om de slokdarm herhaaldelijk te verwijden. Bij ernstige vernauwingen kan het ook nodig zijn om de slokdarm operatief te reconstrueren.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Paracetamolvergiftiging

Volgende: Vergiftiging door insecticiden

Illustraties
Tabellen
Disclaimer