MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Vertigo

Vertigo is de subjectieve beleving dat iemand zelf beweegt of draait of dat voorwerpen bewegen of draaien. Dit gaat meestal gepaard met misselijkheid en evenwichtsverlies.Vertigo, draaiduizeligheid, lijkt op het gevoel dat iemand heeft als hij, zoals kinderen wel eens doen, eerst in de rondte draait en dan plotseling stilstaat en de omgeving verder ziet draaien. De meeste gevallen van duizeligheid zijn geen vertigo.

Oorzaken

Vertigo kan worden veroorzaakt door aandoeningen die het binnenoor (waaronder de halfcirkelvormige kanalen) aantasten, dat ervoor zorgt dat het lichaam zich bewust is van de houding en het evenwicht bewaart. Vertigo kan ook het gevolg zijn van aandoeningen van de gehoorzenuw (de achtste hersenzenuw), die het binnenoor met de hersenen verbindt. Vertigo kan eveneens het gevolg zijn van aandoeningen die de verbindingen in de hersenstam en de kleine hersenen aantasten. Deze verbindingen spelen ook een rol bij het bewaren van het evenwicht.

De meest voorkomende oorzaak van vertigo is reis- of bewegingsziekte. Deze aandoening kan ontstaan bij mensen bij wie het binnenoor gevoelig is voor bepaalde bewegingen, bijvoorbeeld heen en weer schommelen of plotseling stoppen en optrekken.

Een andere veel voorkomende oorzaak van vertigo is het ontstaan van bezinksel in de halfcirkelvormige kanalen van het binnenoor. Hierdoor ontstaat benigne (goedaardige) paroxismale positieduizeligheid, een aandoening die vooral voorkomt bij ouderen. Deze aandoening doet zich voor wanneer het hoofd op een bepaalde manier wordt bewogen.

De ziekte van Ménière, een andere aandoening van het binnenoor, veroorzaakt aanvallen van vertigo. De oorzaak van de ziekte van Ménière heeft vermoedelijk te maken met een zwelling in het binnenoor. Deze ziekte kan ontstaan door een virusinfectie, een verwonding of een allergie, maar vaak is de oorzaak niet bekend.

Andere aandoeningen die vertigo veroorzaken door aantasting van het binnenoor of de zenuwverbindingen ervan, zijn bacteriële of virale infecties (bijvoorbeeld labyrinthitis, herpes zoster en mastoïditis), de ziekte van Paget, tumoren (bijvoorbeeld een tumor op de gehoorzenuw), zenuwontsteking of het gebruik van geneesmiddelen die het binnenoor beschadigen, zoals aminoglycosiden (klasse van antibiotica), acetylsalicylzuur Handelsnaam
Acetylsalicylzuur
Aspirine
Aspro
(aspirine), het chemotherapeutische middel cisplatine Handelsnaam
Platinol
Platosin
en bepaalde vochtafdrijvende middelen, waaronder furosemide Handelsnaam
Lasix
Lasiletten
.

Een TIA (transient ischemic attack) heeft vaak vertigo tot gevolg wanneer de bloedtoevoer via de slagaders naar de hersenstam, de kleine hersenen en het achterste gedeelte van de hersenen afneemt. Deze aandoening wordt ‘vertebrobasilaire insufficiëntie' genoemd. De aangedane slagaders zijn onder meer de arteriae vertebrales (wervelslagaders) en de arteria basilaris, die begint waar de twee wervelslagaders samenkomen aan de achterzijde van het hoofd. Minder vaak voorkomende aandoeningen die vertigo veroorzaken door aantasting van de hersenstam of de kleine hersenen, zijn multipele sclerose, schedelfracturen, epileptische aanvallen, infecties en tumoren die aan of bij de basis van de hersenen groeien.

Soms wordt vertigo veroorzaakt door aandoeningen die de druk in de schedel plotseling verhogen, waardoor druk op de hersenen wordt uitgeoefend. Dergelijke aandoeningen zijn onder meer goedaardige intracraniële hypertensie, hersentumoren en bloedingen binnen in de schedel.

Vertigo kan ook worden veroorzaakt door beschadiging van de halszenuwen. Als deze zenuwen beschadigd zijn, kunnen de hersenen moeilijk de relatieve stand van nek en romp bepalen. Deze vorm van vertigo wordt ‘cervicale vertigo' genoemd. Letsel door whiplash, stomp letsel aan de bovenzijde van het hoofd of ernstige artritis in de nek (cervicale spondylose) kan cervicale vertigo tot gevolg hebben.

Vertigo kan worden veroorzaakt door geneesmiddelen als het kalmeringsmiddel fenobarbital Handelsnaam
Fenobarbital
, het anti-epilepticum fenytoïne Handelsnaam
Diphantoine‑Z
Epanutin
en het antipsychoticum chloorpromazine Handelsnaam
Largactil
. Ook overmatig alcoholgebruik kan tot tijdelijke vertigo leiden.

Symptomen

Vertigo wordt gekenmerkt door een ongebruikelijk en onaangenaam draaierig gevoel, waarbij de patiënt, de omgeving of beide lijken rond te draaien. Het resulterende evenwichtsverlies bemoeilijkt het lopen en deelname aan het verkeer. Nystagmus (snelle oogbewegingen in één richting gevolgd door een langzamere terugkeer naar de uitgangspositie) treedt herhaaldelijk op tijdens een aanval van vertigo. Vertigo gaat vaak gepaard met misselijkheid, soms in combinatie met braken.

Vertigo kan heel kort duren, maar ook uren of zelfs dagen aanhouden. Soms voelt iemand met vertigo zich beter wanneer hij rustig blijft liggen of zitten. Vertigo kan echter blijven bestaan ook al beweegt de patiënt zich helemaal niet.

Patiënten met de ziekte van Ménière kunnen last hebben van plotselinge aanvallen van vertigo, met oorsuizen (tinnitus), toenemende doofheid en een vol gevoel in het betreffende oor. Vaak treedt hierbij ernstige misselijkheid en braken op. De aanvallen duren meestal een paar minuten tot enkele uren.

Bij mensen met een virusinfectie van het binnenoor (virale labyrinthitis) begint de vertigo meestal plotseling en worden de symptomen gedurende enkele uren steeds erger. De misselijkheid is vaak hevig. Mensen met deze aandoening zitten vaak heel stil, omdat een beweging van het hoofd of de ogen braken kan opwekken. Labyrinthitis neemt in de loop van enkele dagen wat af, maar kan weken of zelfs maanden aanhouden.

Vertigo als gevolg van een hersenaandoening als vertebrobasilaire insufficiëntie kan gepaard gaan met hoofdpijn, onduidelijke spraak, dubbelzien, zwakte van een arm of een been, ongecoördineerde bewegingen en bewustzijnsverlies.

Vertigo als gevolg van een aandoening waardoor de druk in de schedel plotseling toeneemt, kan gepaard gaan met tijdelijk wazig zien of dubbelzien en een onzekere gang.

Cervicale vertigo treedt op wanneer het hoofd naar opzij wordt gedraaid, vooral als de kin naar de schouder omlaag wordt gebracht. Het bewegingsbereik van de nek kan beperkt zijn.

Diagnose

De arts vraagt de patiënt om de aard van het gevoel en de omstandigheden waarin het optreedt te beschrijven. Het evenwicht en het gehoor worden onderzocht.

De ogen worden nagekeken op abnormale bewegingen, zoals nystagmus. Abnormale oogbewegingen wijzen op een aandoening van het binnenoor of de zenuwverbindingen in de hersenstam. De arts kan opzettelijk nystagmus opwekken, omdat de richting waarin de ogen zich bewegen kan helpen bij het vaststellen van de diagnose. Voordat nystagmus wordt opgewekt, kan de patiënt een bril opgezet krijgen met dikke, vergrotende glazen, de zogenaamde ‘bril van Frenzel'. De arts kan de vergrote ogen van de patiënt gemakkelijk door de lenzen heen zien, maar de patiënt ziet alles wazig en kan zijn ogen niet op een voorwerp fixeren. Het fixeren van de ogen op een stilstaand voorwerp kan het optreden van nystagmus voorkomen. Tijdens dit onderzoek kunnen de oogbewegingen worden geregistreerd met behulp van elektroden (kleine, ronde sensoren die op de huid worden geplakt) rond de ogen. Deze methode wordt ‘elektronystagmografie' genoemd.

Andere methoden om nystagmus op te wekken zijn onder meer indruppeling van ijskoud water in de gehoorgang (calorisch onderzoek), het hoofd van de patiënt gedurende 20 seconden heen en weer schudden of de stand van het hoofd snel veranderen volgens de manoeuvre van Dix-Hallpike. Deze test, die bij de diagnose wordt toegepast, lijkt op de Epley-manoeuvre die als behandeling van benigne paroxismale positieduizeligheid ( (zie Duizeligheid en vertigo:VertigoIllustraties)) wordt toegepast. Bij de manoeuvre van Dix-Hallpike wordt het hoofd minder ver gedraaid.

Als cervicale vertigo wordt vermoed, krijgt de patiënt een bril van Frenzel op en wordt hij in een draaistoel gezet. De arts houdt het hoofd van de patiënt stil terwijl de patiënt naar links en naar rechts draait. Indien nystagmus en vertigo optreden, wordt de diagnose cervicale vertigo gesteld.

Door middel van computertomografie (CT) of magnetische kernspinresonantie (MRI) van het hoofd kunnen sommige aandoeningen die vertigo kunnen veroorzaken, worden vastgesteld. CT kan botafwijkingen aan het licht brengen, zoals een infectie van het bot achter het oor (mastoïditis), schedelbasisfracturen, boterosie door tumoren en abnormale botvorming als bij de ziekte van Paget. Met MRI worden betere beelden van de hersenstam en de hersenzenuwen verkregen dan met CT. Bij een vermoedelijke oorontsteking kan de arts met een naald of wattenstaafje een monster nemen van de pus of vloeistof uit het oor. Als multipele sclerose of een herseninfectie wordt vermoed, kan een lumbaalpunctie (ruggenprik) worden uitgevoerd om een monster van de ruggenmergvloeistof te nemen. Als de arts vermoedt dat de bloedtoevoer naar de hersenen onvoldoende is, kan angiografie, magnetischeresonantieangiografie (MRA) of dopplerechografie van het hoofd worden uitgevoerd.

Preventie en behandeling

Vertigo als gevolg van bepaalde aandoeningen kan worden voorkomen. Als vertigo bijvoorbeeld het gevolg is van reisziekte, kunnen omstandigheden die de aandoening veroorzaken (zoals een schommelende boot) worden vermeden en kan een aanval worden afgewend door de ogen op een stilstaand voorwerp te fixeren. Met het middel scopolamine Handelsnaam
Scopoderm
kan vertigo zowel worden voorkomen als behandeld.

Geneesmiddelen die vertigo en de bijkomende misselijkheid bestrijden, zijn onder meer cyclizine Handelsnaam
cyclizine
, dimenhydrinaat, difenhydramine, domperidon, meclozine Handelsnaam
Suprimal
en promethazine Handelsnaam
Phenergan
. Deze middelen worden via de mond ingenomen. Ook kan scopolamine Handelsnaam
Scopoderm
, toegediend via een huidpleister achter het oor, worden gebruikt. De pleister is enkele dagen werkzaam en kan de voorkeur hebben in geval van misselijkheid. Al deze middelen zijn antihistaminica (zie Zelfzorgmiddelen: Acetylsalicylzuur (aspirine)) en kunnen vooral bij ouderen slaperigheid, een droge mond en andere bijwerkingen veroorzaken. Scopolamine Handelsnaam
Scopoderm
in pleistervorm geeft meestal de minste bijwerkingen. Bij baby's en zeer jonge kinderen kunnen deze geneesmiddelen opwinding veroorzaken en mogen alleen onder medisch toezicht worden gebruikt.

Bij ernstige vertigo die angst veroorzaakt, kan het gebruik van kalmerende middelen nodig zijn. Meestal worden benzodiazepinen, zoals diazepam Handelsnaam
Valium
Stesolid
, gebruikt. Bij ouderen hebben de benzodiazepinen alprazolam Handelsnaam
Xanax
en lorazepam Handelsnaam
Temesta
de voorkeur, omdat deze een kortere werkingsduur hebben.

Bij cervicale vertigo kunnen orale spierverslappers als cyclobenzaprine worden gebruikt. Soms helpt het om gedurende enkele uren per dag een zachte nekkraag te dragen. Fysiotherapie kan het bewegingsbereik van de nek verbeteren. Bij virale labyrinthitis worden kalmerende middelen (bijvoorbeeld benzodiazepinen) en middelen voor verlichting van vertigo, misselijkheid en braken (bijvoorbeeld meclozine Handelsnaam
Suprimal
, prochloorperazine Handelsnaam
Stemetil
en promethazine Handelsnaam
Phenergan
) gegeven. In een enkel geval, wanneer de vertigo invaliderend is – zoals soms bij de ziekte van Ménière – wordt operatief ingrijpen aanbevolen.

Genezing voor draaiduizeligheid (vertigo)?

Genezing voor draaiduizeligheid (vertigo)?Genezing voor draaiduizeligheid (vertigo)?

Sommige mensen hebben last van draaiduizeligheid (vertigo) wanneer ze snel met hun hoofd van positie veranderen. Deze aandoening wordt ‘benigne positieduizeligheid' genoemd. De aandoening treedt op wanneer kalkdeeltjes neerslaan in een van de halfcirkelvormige kanalen in het binnenoor. De aandoening kan vaak met de manoeuvre van Epley worden verholpen, waarbij het hoofd van de achteroverliggende patiënt verschillende keren snel wordt gedraaid. Elke positie wordt ongeveer 20 tot 30 seconden vastgehouden. Vaak worden door de snelle bewegingen de deeltjes gescheiden en door de zwaartekracht weer door de halfcirkelvormige kanalen verspreid.

Het hoofd wordt snel nog verder gedraaid (zodat de patiënt bijna naar de grond kijkt). Daarna wordt de patiënt teruggebracht tot een zittende positie. De volgende 24 uur moet hij minstens half rechtop blijven zitten.

De arts brengt de patiënt snel van een zittende in een achteroverliggende positie met het hoofd hangend over de rand van de tafel in een hoek van ongeveer 45° naar dezelfde kant als het aangedane oor. Door de zwaartekracht komen de deeltjes in de halfcirkelvormige kanalen in beweging.

Het hoofd wordt snel nog eens 45° verder gedraaid (zodat het oor evenwijdig met de grond is).

Dan wordt het hoofd snel in dezelfde hoek naar de andere kant gedraaid.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Reisziekte

Illustraties
Tabellen
Disclaimer