MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Pijn in de voet

Elk voetprobleem kan pijn veroorzaken, maar in dit hoofdstuk zullen alleen de meest voorkomende plaatsen worden behandeld: de bal van de voet (de onderkant van de voorzijde van de middenvoetsbeentjes), het teengewricht en een hielspoor.

Pijn in de bal van de voet

Pijn in de bal van de voet kan verschillende oorzaken hebben, zoals artritis, slechte bloedsomloop, afknellen van de zenuwen tussen de tenen, afwijkende lengte van de middenvoetsbeentjes, houdingsproblemen en allerlei ziekten. In de meeste gevallen wordt de pijn echter veroorzaakt door beschadiging van de zenuwen of door een leeftijdgerelateerde verandering in de voet, die ‘metatarsalgie' wordt genoemd.

Pijn veroorzaakt door beschadiging van de zenuwen in de voet. De zenuwen naar de voetzool en de tenen lopen tussen de middenvoetsbeentjes door. Pijn in de bal van de voet kan worden veroorzaakt door goedaardige zwellingen van zenuwweefsel (neuromen), die meestal tussen de middenvoetsbeentjes bij de basis van de derde en vierde teen ontstaan (metatarsalgie van Morton of het Morton-neuroom). Ze kunnen echter tussen elke twee middenvoetsbeentjes optreden. Neuromen ontstaan gewoonlijk slechts in één voet en komen vaker voor bij vrouwen dan bij mannen.

In het beginstadium veroorzaakt de zwelling niet meer dan een lichte pijn rond de derde of vierde teen. Deze pijn gaat soms vergezeld van een brandend of tintelend gevoel in de tenen. Deze symptomen zijn in het algemeen meer uitgesproken wanneer iemand bepaalde typen schoenen draagt, vooral schoenen die te krap zijn rond de voorvoet, zoals puntschoenen. Naarmate de aandoening verergert, kan er een constant brandend gevoel ontstaan dat naar de punten van de tenen uitstraalt, ongeacht de schoenen die worden gedragen. Het lijkt soms ook alsof er een knikker of steentje in de bal van de voet zit.

Een arts diagnosticeert de aandoening door de voorgeschiedenis van het probleem te bekijken en de voet te onderzoeken. Met röntgenfoto's, MRI-scans en echo's kan niet goed worden vastgesteld of het echt deze aandoening is.

De symptomen kunnen vaak worden verlicht door de gevoelige plek in de voet in te spuiten met een mengsel van corticosteroïden en een plaatselijk verdovingsmiddel. Ook inlegzolen in de schoenen kunnen verlichting brengen. Het kan nodig zijn om deze injecties twee- of driemaal te herhalen met tussenpozen van één tot twee weken. Als deze behandelingen niet helpen, kan operatieve verwijdering van het neuroom het ongemak vaak geheel wegnemen, maar er kan een blijvend doof gevoel in dit gebied overblijven.

Pijn veroorzaakt door metatarsalgie: naarmate men ouder wordt, verdwijnt de beschermende vetlaag onder de kop van de middenvoetsbeentjes. Pijn op deze plek wordt ‘metatarsalgie' genoemd. Als de aandoening niet wordt behandeld, kan deze een ontsteking veroorzaken in de slijmbeurs die onder de kop van elk middenvoetsbeentje zit (metatarsale bursitis). Ook door reumatoïde artritis kunnen op deze plek pijn en zwelling ontstaan.

Om de aandoening te behandelen, worden speciale schoenen voorgeschreven, met kussentjes of andere orthopedische hulpmiddelen die de belasting van de bal van de voet meer over de gehele voet verdelen.

Pijn aan het teengewricht

Pijn aan de gewrichten van de vier kleinere tenen is een veelvoorkomend probleem dat gewoonlijk door een onjuiste stand van de gewrichten wordt veroorzaakt. Deze onjuiste stand kan het gevolg zijn van een hoge wreef of platvoeten waardoor de tenen gebogen blijven (hamertenen). Door de constante wrijving tegen de gekromde tenen wordt de huid boven het gewricht dikker, met een likdoorn als gevolg. De behandeling richt zich op het verlichten van de druk die ontstaat door de onjuiste stand van de tenen. Om de aandoening te behandelen kunnen de volgende maatregelen worden genomen: dieper maken van de schoenen, aanbrengen van beschermende kapjes op de tenen, plaatsen van vulkussentjes in de schoenen, operatief rechtzetten van de tenen en wegsnijden van de likdoorn.

Artrose (zie Artrose) aan de basis van de grote teen (ook wel ‘hallux rigidus' genoemd) komt zeer veel voor. Men neemt aan dat mensen met platvoeten, een lange grote teen en voeten die naar binnen afwikkelen eerder te maken zullen krijgen met hallux rigidus. Wanneer iemand bij het staan of lopen zijn voeten zo neer zet dat de holte van de voet plat neerkomt, kan de voet naar binnen draaien bij het lopen. Deze afwijkende voetstand wordt ‘pronatie' genoemd en is vaak de oorzaak van de toegenomen druk op het grondgewricht van de grote teen. Dit veroorzaakt pijn, artrose en een beperkte beweging in dat gewricht. Soms kan een verwonding aan de grote teen ook een pijnlijke artritis veroorzaken. De pijn in het gewricht van de grote teen wordt vaak erger door de extra beweging als gevolg van slecht passende schoenen of schoenen die te soepel zijn. Het is waarschijnlijk beter om schoenen te dragen met een goede ondersteuning en een stijve zool. In een later stadium is het soms niet meer mogelijk om tijdens het lopen de grote teen te buigen. Het gebied voelt niet warm aan. De gewrichtsaandoening die bij jicht ontstaat is anders: hierbij wordt dezelfde plaats zeer pijnlijk, maar daarnaast voelt deze ook warm aan. (zie Jicht en pseudo-jicht)

De behandeling bestaat vooral uit het plaatsen van hulpmiddelen in de schoen, waardoor de verkeerde voetbewegingen worden gecorrigeerd en de druk op de aangedane gewrichten wordt verlicht. Wanneer de pijn in de grote teen pas is begonnen, kan deze worden verlicht door de teen op te rekken en het gewricht door oefeningen te bewegen en te strekken. De pijn kan worden verlicht en de spierkrampen verminderd met een plaatselijk verdovingsmiddel, zodat het gewricht gemakkelijker kan bewegen. Er kan ook een corticosteroïd worden ingespoten om de ontsteking te verminderen. Als deze behandelwijzen niet succesvol zijn, kan door een operatie de stand en de functie van het gewricht worden verbeterd en daardoor de pijn verlicht.

Pijn door hielspoor

Een hielspoor is een uitgroeisel van bot aan het hielbeen. Een hielspoor wordt veroorzaakt doordat er door de stenige bindweefselplaat van de voetzool (fascie) overmatig aan het hielbeen wordt getrokken.

Hielspoor komt veel voor, maar doet normaal gesproken geen pijn. De pijn komt pas wanneer er irritatie in nabijgelegen weefsel ontstaat. Er is dan sprake van een ‘plantaire fascitis'. Pijn door een hielspoor wordt ook wel ‘plantair hielpijnsyndroom' genoemd. De eerste symptomen van hielspoor zijn vaak merkbaar op het moment dat iemand opstaat en de eerste stap uit bed zet. Dit kan ook gebeuren als iemand de eerste stappen zet nadat hij lang heeft gezeten.

Wat is een hielspoor?

Wat is een hielspoor?

Een hielspoor is een uitgroeisel van extra bot aan het hielbot (de calcaneus). Een hielspoor kan ontstaan door te grote trekkracht op de hiel door de fascia plantaris, het bindweefsel dat van het hielbot naar de basis van de tenen loopt. Gewoonlijk is de hielspoor tijdens de groei pijnlijk, maar dit kan minder worden wanneer de voet zich eraan aanpast. De meeste hielsporen hoeven niet operatief te worden behandeld.

Gewoonlijk kan een pijnlijke hielspoor bij lichamelijk onderzoek worden gediagnosticeerd. Het doet pijn wanneer er wordt gedrukt op de hiel aan het begin van de voetholte. Wanneer het pijn doet als er druk wordt uitgeoefend op het midden van de hiel, is er waarschijnlijk een slijmbeurs ontstoken. Met röntgenfoto's kan de diagnose worden bevestigd, maar in het begin is het mogelijk dat daarop nog geen afwijkingen te zien zijn.

De behandeling is gericht op verlichting van de pijn. Door de voet in te pakken, de voetboog op te vullen met vulkussentjes en steunzolen te gebruiken die de hiel stabiliseren, kan het uitrekken van het peesblad (fascie) tot een minimum worden beperkt en de pijn verminderd. Hielkussentjes en orthopedische schoenen met zachte zolen kunnen ook helpen. Het rekken van de kuiten en ijsmassage zijn ook effectief. Bij ijsmassage wordt een stuk huid gemasseerd met ijs. Eén manier is om water in een papieren bekertje te laten bevriezen, dit bekertje dan om te draaien en met het ijs over de huid te wrijven. Naarmate het ijs smelt wordt het papier weggescheurd. Er kan een mengsel van corticosteroïden en een plaatselijke verdoving in het pijnlijke gedeelte van de hiel worden gespoten. De meeste pijnlijke hielsporen verdwijnen zonder operatie.

Alleen wanneer de constante pijn niet door een andere behandeling vermindert, kan er een operatie worden uitgevoerd waarin de hielspoor of de compacte bindweefselplaat die van de spoor aan de basis van het hielbeen naar de basis van de tenen loopt (plantaire fascie) wordt verwijderd. Een operatie moet alleen als laatste redmiddel worden overwogen. De resultaten zijn namelijk onvoorspelbaar. Soms blijft na een operatieve ingreep de pijn bestaan.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Onychomycose

Volgende: Plantaire fasciitis

Illustraties
Tabellen
Disclaimer