MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Vervormingen

Vervormingen van de hand kunnen worden veroorzaakt door letsel of door een aandoening (zoals reumatoïde artritis (zie Reumatoïde artritis en andere typen artritis)). Vervormingen moeten zo snel mogelijk worden behandeld. Anders reageren ze niet meer op een eenvoudige behandeling, zoals een spalk of oefeningen, en is er vaak een operatie nodig.

Wanneer de vingers abnormaal zijn gebogen

Wanneer de vingers abnormaal zijn gebogen

Door sommige ziekten, zoals reumatoïde artritis, en door letsel kunnen de vingers abnormaal gebogen raken. Bij een ‘hamervinger' is de vingertop omgebogen en kan deze niet worden gestrekt. Bij ‘zwanenhalsmalformatie' buigt het gewricht aan de basis van de vinger naar binnen, strekt het middelste gewricht zich en buigt het buitenste gewricht zich naar weer binnen. Bij de ‘boordenknoopmalformatie' is het middelste vingergewricht naar binnen gebogen (naar de handpalm) en is het buitenste gewricht naar buiten gebogen (weg van de handpalm).

Hamervinger

Een hamervinger is een vervorming waarbij de top van de vinger is gebogen en niet kan worden gestrekt.

Deze afwijking is meestal het gevolg van letsel, waardoor de pees is beschadigd of geheel van het bot losgerukt. Het kan om één of meer vingers gaan. Een arts kan de diagnose stellen door de vinger te onderzoeken. Gewoonlijk wordt er een röntgenfoto gemaakt om een fractuur uit te sluiten. Meestal wordt er een spalk langs de gestrekte vinger aangebracht. Het kan 6 tot 8 weken duren voordat de pees is hersteld. Voor een hamervinger is zelden een operatie nodig, tenzij er een groot stuk bot is afgebroken of als het gewricht gedeeltelijk is ontwricht, zelfs bij gebruik van een spalk.

Zwanenhalsmalformatie

Bij ‘zwanenhalsmalformatie' buigt het gewricht aan de basis van de vinger naar binnen (flexie), strekt het middelste gewricht zich (extensie) en buigt het buitenste gewricht zich weer naar binnen (flexie).

De meest voorkomende oorzaak is reumatoïde artritis. Ander oorzaken zijn een niet behandelde hamervinger, slapte van de bindweefselplaat gelegen aan de buigzijde van de vingergewrichten aan de basis van de vingers of van de gewrichtsbanden van de vingers, spierspasmen in de handen en een verkeerd gezette fractuur van het middelste vingerkootje. Het wordt soms onmogelijk om de vinger te sluiten, waardoor deze afwijking tot een aanzienlijke invaliditeit kan leiden.

Bij de echte zwanenhalsmalformatie is de duim niet betrokken. De duim heeft namelijk één gewricht minder dan de vingers. Bij een variant van de malformatie die ‘eendensnavelmalformatie' wordt genoemd, is het bovenste gewricht van de duim echter sterk overstrekt en het gewricht aan de basis van de duim gebogen, waardoor een hoek van 90 graden ontstaat. Als de eendensnavelmalformatie en de zwanenhalsmalformatie zich beide voordoen in één of meer vingers, is het zeer moeilijk om iets tussen duim en vinger vast te pakken.

Een arts kan de diagnose stellen door de hand en vinger te onderzoeken. De behandeling is erop gericht zo mogelijk de onderliggende oorzaak te corrigeren. Lichte malformaties kunnen met een vingerspalk worden behandeld. Met deze correctie kan iemand nog steeds zijn hand gebruiken. De problemen met de ‘pincetgreep' kunnen grotendeels worden verholpen door operatief de gewrichten opnieuw te zetten of door de gewrichten van vinger en duim weg te nemen en de vingerkootjes aan elkaar vast te zetten (‘interfalangeale artrodese' genoemd) in een positie waarin de vingers optimaal kunnen worden gebruikt.

Boordenknoopmalformatie

Bij de ‘boordenknoopmalformatie' is het middelste vingergewricht stijf naar binnen gebogen (naar de handpalm) en is het buitenste gewricht extreem naar buiten gebogen (weg van de handpalm).

Deze aandoening is in de meeste gevallen een gevolg van reumatoïde artritis (zie Reumatoïde artritis en andere typen artritis), maar kan ook optreden als gevolg van letsel (diepe snee, ontwrichting, fractuur) of van artrose (zie Artrose). Mensen met reumatoïde artritis kunnen deze aandoening krijgen als gevolg van een reeds lang bestaande ontsteking van het middelste gewricht van een vinger. Als de misvorming een gevolg is van letsel, is dat meestal een letsel geweest aan de basis van een pees (de centrale strekpees van de vingers). Hierdoor wordt het middelste gewricht (het proximale interfalangeale gewricht) vastgezet tussen de twee buitenste banden van de pees die naar het eind van de vinger loopt. Deze malformatie kan de handfunctie belemmeren, maar dat gebeurt niet altijd. De arts stelt de diagnose door de vinger te onderzoeken.

Een boordenknoopmalformatie die door beschadiging van de strekpees is veroorzaakt, kan meestal worden gecorrigeerd met een spalk. Het middelste gewricht wordt dan minstens 6 weken lang volledig gestrekt gehouden. Wanneer de spalk niet helpt of wanneer de malformatie een gevolg is van reumatoïde artritis, kan een operatie nodig zijn.

Erosieve artrose

Erosieve artrose is een erfelijke vorm van artrose, die in de hand zwelling en pijn en daarnaast vorming van cysten in de vingergewrichten (vooral in de buitenste) veroorzaakt.

Artrose van de hand wordt zichtbaar door osteofyten (botuitwassen aan de rand van het gewricht) bij de buitenste gewrichten van de vingers (Heberden-noduli) en de middelste gewrichten van de vingers (Bouchard-noduli). Bij erosieve artrose zwelt ook het omliggende weefsel op. De gewrichten tussen de vingers en de middelhand en de polsgewrichten zijn meestal niet aangetast. De aangetaste gewrichten kunnen scheef groeien.

De afwijking is zichtbaar op röntgenfoto's. Anders dan bij reumatoïde artritis wijst bloedonderzoek (zoals de BSE) niet op een ontsteking en is het aantal witte bloedcellen meestal normaal, hoe ernstig de aandoening ook is.

Om de aandoening te behandelen, worden bewegingsoefeningen gedaan (in warm water om de pijn tijdens het oefenen te verlichten en om de gewrichten zo soepel mogelijk te houden). Daarnaast wordt er zo nu en dan een spalk aangelegd om misvorming te voorkomen. Ook worden er pijnstillers of niet-steroïde anti-inflammatoire middelen (NSAID's) gebruikt om de pijn en de zwelling te verminderen. Soms moet er in ernstig aangetaste gewrichten een corticosteroïdsuspensie worden ingespoten om de pijn te verlichten en de bewegingsuitslag te vergroten. In een gevorderd stadium van artrose en wanneer andere behandelmethoden niet werken, kan het in zeldzame gevallen voorkomen dat het gewricht moet worden gereconstrueerd of operatief vastgezet.

Dupuytren-contractuur

Dupuytren-contractuur (palmaire fibromatose) is het verdikken en schrompelen van de bindweefselplaten (fasciae) in de handpalmen. Hierdoor krommen de vingers zich en ziet de hand er uiteindelijk als een klauw uit.

Dupuytren-contractuur is een veelvoorkomende erfelijke aandoening die vooral optreedt bij mannen en dan vooral na de leeftijd van 45 jaar. Wanneer iemand het afwijkende gen heeft, wil dat echter niet zeggen dat hij de aandoening ook krijgt. In de Verenigde Staten komt Dupuytren-contractuur bij ongeveer 5% van de mensen voor. Wereldwijd ligt dat tussen de 2 en 42%. Bij 50% van de patiënten komt de aandoening in beide handen voor. Wanneer maar één hand is aangetast, is het twee keer zo vaak de rechter als de linker.

Dupuytren-contractuur komt vaker voor bij mensen met diabetes, bij alcoholverslaafden en bij epileptici. De aandoening komt soms samen voor met andere aandoeningen, waaronder het dikker worden van het bindweefsel boven de knokkels (‘knuckle pads'), het krimpen van de fasciae in de penis wat leidt tot scheefstand en pijnlijke erecties (ziekte van Peyronie (zie Afwijkingen van penis en zaadballen: Ziekte van Peyronie)) en knobbels in de voetzolen (plantaire fibromatose). Maar het precieze mechanisme waardoor de fasciae in de handpalmen dikker worden en naar binnen omkrullen is niet bekend.

Het eerste symptoom is meestal een voelbaar knobbeltje in de handpalm (meestal bij de middelvinger of de ringvinger). Het knobbeltje kan in het begin wat vervelend aanvoelen, maar dit trekt geleidelijk weg. Langzaam beginnen de vingers krom te trekken. Uiteindelijk wordt het kromtrekken zo erg, dat de hand geheel gebogen is (als een klauw). Een arts stelt de diagnose door de hand te onderzoeken.

Een injectie met een corticosteroïdsuspensie in het knobbeltje kan de gevoeligheid in het gebied verminderen, maar hierdoor zal de progressie van de aandoening niet worden gestopt. Er is meestal een operatie nodig wanneer de hand niet meer plat op de tafel kan worden gelegd of wanneer de vingers zo zijn gebogen dat de handfunctie is beperkt. Het is moeilijk om de aangetaste fasciae operatief te verwijderen. Deze zitten namelijk om zenuwen, bloedvaten en pezen heen. Dupuytren-contractuur kan na een operatie terugkomen als de fasciae niet geheel zijn verwijderd. De aandoening kan ook spontaan terugkomen, vooral bij mensen bij wie de aandoening begon op jeugdige leeftijd, bij mensen waar de aandoening in de familie voorkomt en bij mensen met knuckle pads, de ziekte van Peyronie of met knobbeltjes op de voetzolen.

Carpaletunnelsyndroom

Bij het carpaletunnelsyndroom wordt de nervus medianus pijnlijk samengedrukt op het punt waar deze zenuw aan de onderkant door de pols loopt, door een bindweefselkoker, die ‘carpale tunnel' wordt genoemd.

De nervus medianus bedient de hand aan de kant van de duim. De zenuw wordt samengedrukt wanneer er om allerlei redenen een zwelling ontstaat of zich aan de binnenkant van de pols bindweefselbanden vormen.

Het carpaletunnelsyndroom komt veel voor, vooral bij vrouwen, en kan in één of beide handen optreden. Vooral bij mensen die herhaaldelijk met gestrekte pols krachtige bewegingen moeten uitvoeren, zoals met een schroevendraaier, komt dit syndroom veel voor. Een andere oorzaak is het gebruik van het toetsenbord van een computer dat niet goed staat opgesteld. Men beweert dat ook langdurige blootstelling aan trillingen (bij het gebruik van bepaald gereedschap, bijvoorbeeld) het carpaletunnelsyndroom kan veroorzaken. Zwangere vrouwen, diabetespatiënten, mensen met een traag werkende schildklier en mensen met jicht of reumatoïde artritis hebben een verhoogde kans het carpaletunnelsyndroom te krijgen.

Wanneer de zenuw wordt samengedrukt, veroorzaakt dit vreemde sensaties, gevoelloosheid, tintelingen en pijn in de eerste drie vingers aan de duimzijde van de hand. Soms ontstaat ook pijn en een branderig of tintelend gevoel (paresthesie) in de arm en schouder. De pijn kan tijdens het slapen erger zijn, afhankelijk van de positie waarin de hand zich bevindt. Op den duur verzwakken de spieren van de hand aan de duimzijde en worden ze dunner door inactiviteit (atrofie).

De diagnose is grotendeels gebaseerd op het onderzoek van hand en pols. Voordat een operatie wordt uitgevoerd, kan een arts eerst de prikkelgeleiding door de zenuw meten (zie Diagnose van aandoeningen van hersenen, ruggenmerg en zenuwen: Zenuwgeleidingsonderzoek) om er zeker van te zijn dat het inderdaad om het carpaletunnelsyndroom gaat.

De aandoening kan het best worden voorkomen en behandeld door te vermijden dat de pols te ver moet worden gestrekt of dat de nervus medianus onder extra druk komt te staan. Het probleem kan worden aangepakt door de hand (vooral 's nachts) in een neutrale positie te houden met een polsspalk en door de hoek van het toetsenbord aan te passen. De symptomen kunnen worden verminderd door de onderliggende aandoeningen (zoals reumatoïde artritis of een traag werkende schildklier) te behandelen.

Injecties met een corticosteroïdsuspensie in de carpale tunnel kunnen soms langdurig helpen om de pijn te verlichten. Bij ernstige pijn of bij atrofiëring of verzwakking van de spieren kan de druk op de nervus medianus het best operatief worden weggenomen. Een chirurg kan dan de vezelige weefselbanden wegsnijden die druk op de zenuw uitoefenen.

Juiste houding aan het toetsenbord

Juiste houding aan het toetsenbord

Wanneer het toetsenbord van een computer niet goed staat, kan dat tot het carpaletunnelsyndroom leiden. Om dit te voorkomen, moet de gebruiker de pols in een neutrale positie houden. Dat betekent dat er een rechte lijn moet zijn van de hand naar de onderarm. De hand mag ook iets lager worden gehouden dan de onderarm. De hand moet echter nooit hoger en de pols niet scheef worden gehouden. Het toetsenbord moet relatief laag worden geplaatst waardoor de positie van hand iets lager is dan de elleboog. Ter ondersteuning van de pols kan een polsmat worden gebruikt.

Elleboogtunnelsyndroom

Het elleboogtunnelsyndroom is een aandoening die wordt veroorzaakt doordat de nervus ulnaris bij de elleboog wordt samengedrukt.

De nervus ulnaris loopt bij de elleboog langs het bot en vlak onder de huid (‘telefoonbotje') en kan gemakkelijk worden beschadigd door herhaaldelijk leunen op de elleboog, door de elleboog langdurig te buigen of soms door abnormale botgroei op die plaats. Het elleboogtunnelsyndroom is een ‘beroepsziekte' van honkbalwerpers en wordt veroorzaakt door de extra draai met de arm die ze moeten maken om een slider te gooien.

Symptomen van deze aandoening zijn onder andere pijn en een verdoofd gevoel in de elleboog en het gevoel van speldenprikken in de ringvinger en pink. Uiteindelijk kan er zwakte van de ringvinger en de pink ontstaan. Door die zwakte kan het ook moeilijk worden iets met duim en wijsvinger vast te pakken, omdat het grootste deel van de kleine spieren in de hand wordt verzorgd door de nervus ulnaris. Een ernstige, chronische vorm van het elleboogtunnelsyndroom kan leiden tot spieratrofie en een klauwachtige misvorming van de hand.

Door onderzoek naar de zenuwgeleiding (zie Diagnose van aandoeningen van hersenen, ruggenmerg en zenuwen: Zenuwgeleidingsonderzoek) kan worden aangegeven waar de zenuw precies is beschadigd. Lichte gevallen van het cubitaletunnelsyndroom worden meestal behandeld met fysiotherapie (zoals het 's nachts dragen van een spalk om te voorkomen dat de elleboog wordt overstrekt). Daarnaast moet worden vermeden dat druk op de elleboog wordt uitgeoefend. Een elleboogkussentje kan dan zinvol zijn. Mensen die niet op de behandeling met een spalk reageren of mensen bij wie de druk op de zenuw ernstiger is, kunnen baat hebben bij een operatie. Tijdens deze operatie wordt meestal de druk op de zenuw weggenomen en wordt de zenuw van de achterkant naar de voorkant van de elleboog verlegd. De operatie is bij ongeveer 85% van de mensen succesvol.

Uitval van de nervus radialis

Uitval van de nervus radialis kan ontstaan als gevolg van druk op een tak van de nervus radialis in de onderarm of bij de elleboog.

Oorzaken van die druk op de nervus radialis bij de elleboog zijn onder andere: verwondingen, ganglia, lipomen (goedaardige vetophopingen), bottumoren en ontsteking van de omliggende slijmbeurzen of spieren.

Druk op de nervus radialis veroorzaakt een snijdende, doordringende of stekende pijn bovenin de onderarm en op de rug van de hand. Het doet pijn wanneer iemand probeert de pols en vingers te strekken. Er is geen verlies aan gevoel, omdat de nervus radialis vooral spieren verzorgt. Deze aandoening wordt soms verward met de backhand-tenniselleboog (epicondylitis lateralis (zie Sportblessures: Backhand-tenniselleboog (laterale epicondylitis))).

Om de druk op de zenuw te verminderen en om de genezing te versnellen, moet men vermijden om de pols te draaien en om de arm bij de elleboog te buigen. Als de pols zwak wordt en de hand neigt omlaag te zakken, kan een operatie nodig zijn om de druk op de zenuw weg te nemen.

Ziekte van Kienböck

De ziekte van Kienböck is het afsterven van botweefsel van het os lunatum in de handwortel als gevolg van een verminderde bloedtoevoer (avasculaire necrose (zie Avasculaire botnecrose)).

De oorzaak van deze tamelijk ongewone aandoening is onbekend. De aandoening komt het meest voor in de dominante hand van mannen tussen de 20 en 45 jaar.

Het eerste symptoom is over het algemeen een langzaam toenemende pijn in de pols, in het gebied van het os lunatum. Dit bot zit in het midden van de basis van de pols. Uiteindelijk komt er een zwelling boven op de pols en de pols kan stijf worden. De patiënt kan zich niet herinneren dat hij de pols heeft bezeerd. De aandoening komt in 10% van de gevallen voor in beide handen. Vooral mensen die zware handarbeid verrichten worden erdoor getroffen. De diagnose kan al snel worden gesteld door middel van een MRI- of CT-scan en later worden bevestigd door een röntgenfoto.

Door een operatie wordt de druk op het os lunatum weggehaald. Bij andere behandelmethoden probeert men de bloedtoevoer naar het bot te herstellen. Als het os lunatum in elkaar is gezakt, kunnen als laatste redmiddel tegen de pijn botjes van de pols worden weggehaald of operatief worden samengevoegd. Pogingen om de aandoening met andere methoden dan een operatie te behandelen hebben geen succes gehad.

Schouder-handsyndroom

Schouder-handsyndroom is een vorm van sympathische reflexdystrofie (zie Pijn: Neurogene pijn), die wordt gekenmerkt door pijn en een beperkte bewegingsuitslag van schouder en hand van de getroffen arm.

Oorzaken zijn onder andere letsel, zoals vallen op de hand, breken van de pols (Colles-fractuur), een hartinfarct, een CVA en mogelijk het gebruik van bepaalde geneesmiddelen (zoals barbituraten). De precieze manier waarop het schouder-handsyndroom ontstaat is niet bekend, maar sommige mensen lijken een grotere kans te hebben de aandoening te krijgen dan andere.

De symptomen komen in drie fasen: in de eerste fase zwelt plotseling een groot gebied op (oedeem), wordt de rug van de hand gevoelig en de hand bleek door vernauwing van de bloedvaten in de hand. De schouder en de hand doen pijn, vooral wanneer deze worden bewogen. Op een röntgenfoto van de hand zijn vaak plekken van ijl geworden bot te zien (osteoporose (zie Osteoporose)). Fase 2 wordt gekenmerkt door een afname van de zwelling en de gevoeligheid; de hand doet minder zeer. Fase 3 wordt gekenmerkt door het verdwijnen van de zwelling, de gevoeligheid en de pijn. Maar de bewegingsuitslag van de hand is beperkt, omdat de vingers stijf en klauwachtig kunnen zijn, wat lijkt op Dupuytren-contractuur. In deze fase is op de röntgenfoto vaak te zien dat er op uitgebreide schaal verlies aan botdichtheid is.

De oorzaken moeten worden behandeld of weggenomen. Meestal kan met oefeningen worden voorkomen dat de vingers permanent gekromd blijven, als de aandoening althans tijdig wordt gediagnosticeerd en behandeld. Meestal moet er meerdere malen een injectie voor plaatselijke verdoving worden gegeven om de sympathische zenuwen te blokkeren. Met deze aanpak kan de pijn meestal worden verlicht, waardoor de patiënt zijn normale activiteiten weer kan oppakken, maar het kan nodig zijn om weken- of maandenlang door te gaan met de injecties. Ook zouden hoge doses corticosteroïden, oraal ingenomen, kunnen helpen. Deze aanpak wordt door enkele artsen slechts voor korte perioden aangeraden, omdat het langdurig gebruik van corticosteroïden ernstige en mogelijk permanente problemen kan veroorzaken (zie Reumatoïde artritis en andere typen artritis:Reumatoïde artritisKader).

Wat is een trigger finger?

Wat is een trigger finger?

Een trigger finger (tendovaginitis van een vingerbuigpees) is een aandoening waarbij een vinger in een gebogen positie gefixeerd raakt. Dit treedt op wanneer een van de buigpezen is ontstoken en zwelt. Gewoonlijk beweegt de pees zich bij het strekken en buigen van de vinger soepel in en uit de omringende peesschede. Bij een trigger finger kan de ontstoken pees wel uit de peesschede komen als de vinger wordt gebogen. Wanneer de pees te zeer gezwollen is, kan deze echter niet gemakkelijk weer naar binnen schuiven bij het strekken van de vinger en daardoor blokkeert de pees.

Een trigger finger kan een gevolg zijn van het herhaalde gebruik van de handen (zoals bij het gebruiken van een zware heggenschaar) of van een ontsteking (zoals bij reumatoïde artritis). Om de vinger te strekken, moet iemand het gezwollen deel van de pees met kracht in de peesschede trekken. Dat geeft een kloppend gevoel, vergelijkbaar met wat men voelt bij het overhalen van een trekker van een pistool (trigger). Soms wordt een corticosteroïd en een plaatselijk verdovingsmiddel in de peesschede geïnjecteerd. Gewoonlijk moet er ter behandeling van een trigger finger operatief worden ingegrepen.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Infecties

Volgende: Verwondingen

Illustraties
Tabellen
Disclaimer