MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Introductie

Coronaire hartziekte is een aandoening waarbij de bloedvoorziening van de hartspier gedeeltelijk of geheel is afgesloten.

Vroeger werd algemeen aangenomen dat coronaire hartziekte vooral bij mannen voorkwam. Gemiddeld ontstaat de ziekte bij mannen ongeveer tien jaar eerder dan bij vrouwen, doordat de hogere oestrogeenconcentratie in het bloed van vrouwen hen tot aan de menopauze tegen coronaire hartziekte beschermt. Na de menopauze komt de ziekte echter juist bij vrouwen meer voor. Boven de 75 jaar hebben naar verhouding meer vrouwen deze ziekte doordat vrouwen gemiddeld langer leven.

In Nederland zijn hart- en vaatziekten de belangrijkste doodsoorzaak bij zowel mannen als vrouwen. Coronaire hartziekte is het meest voorkomende type hart- en vaatziekte; ongeveer 5 tot 9% van de bevolking van 20 jaar of ouder lijdt eraan (afhankelijk van geslacht en ras). Het sterftecijfer neemt met de leeftijd toe en is voor mannen hoger dan voor vrouwen, vooral in de leeftijdscategorie van 35 tot 55 jaar. Na het 55e levensjaar neemt het sterftecijfer voor mannen af, terwijl dat voor vrouwen blijft stijgen. Het sterftecijfer bij vrouwen ouder dan 70-75 jaar is hoger dan bij mannen uit dezelfde leeftijdscategorie.

Coronaire hartziekte komt bij alle rassen voor, maar de incidentie is in het bijzonder hoog bij mensen van het negroïde ras en bij mensen uit Zuidoost-Azië. Voor mannen jonger dan 60 jaar is het sterftecijfer bij het negroïde

ras hoger dan bij blanken. Bij vrouwen geldt dit tot de leeftijd van 75 jaar.

Coronaire hartziekte wordt bijna altijd veroorzaakt doordat zich cholesterol en andere vetachtige stoffen ophopen in de wand van een kransslagader (zogenoemde ‘atheromen' of ‘atherosclerotische plaques'). Soms kan de aandoening ook worden veroorzaakt door een verkramping van een slagader. In zeldzame gevallen kan de ziekte worden veroorzaakt door een aangeboren afwijking, een virusinfectie (zoals bij de ziekte van Kawasaki), lupus erythematosus disseminatus, ontsteking van een slagader (arteriitis) of beschadiging (als gevolg van verwonding of radiotherapie).

In slagaders kunnen zich vetachtige stoffen geleidelijk aan ophopen. Dit proces wordt ‘atherosclerose' genoemd (Atherosclerose) en kan zich in meerdere slagaders voordoen. Coronaire hartziekte is het gevolg van atherosclerose in de kransslagaders en hun vertakkingen, dat wil zeggen de slagaders rondom het hart die de hartspier van bloed moeten voorzien. Naarmate de atheromen groeien, puilen ze steeds verder uit naar de binnenkant van de slagaders en verkleinen zo de doorsnede ervan (het lumen), waardoor de bloedtoevoer gedeeltelijk wordt afgesloten. Op den duur gaat zich in de atheromen calcium (kalk) afzetten. Een atheroom kan scheuren. In een opengescheurd atheroom kan dan bloed binnendringen, waardoor het atheroom groter wordt en de slagader nog verder vernauwd raakt. Ook kan bij het scheuren van een atheroom een bloedstolsel (trombus) ontstaan. Het stolsel kan ter plaatse blijven en de slagader verder vernauwen of zelfs afsluiten, maar het kan ook losraken en met het bloed worden meegevoerd (als embolus) en dan elders een andere slagader afsluiten.

Naarmate een kransslagader steeds verder vernauwt door een groeiend atheroom, schiet de toevoer van zuurstofrijk bloed naar de hartspier (myocard) steeds meer tekort. Onvoldoende bloedtoevoer naar de hartspier wordt ‘myocardischemie' genoemd. Als het hart niet genoeg bloed krijgt, kan het zich niet meer normaal samentrekken om het bloed rond te pompen. Als een van de kransslagaders door een atheroom geheel wordt afgesloten, zal het gedeelte van de hartspier dat door die slagader van bloed moet worden voorzien, afsterven, met als gevolg een hartinfarct.

Coronaire hartziekte is de meest voorkomende oorzaak van myocardischemie. De voornaamste complicaties van coronaire hartziekte zijn angina pectoris (pijn op de borst) als gevolg van myocardischemie en een hartinfarct (myocardinfarct).

Risicofactoren

Sommige factoren die het risico van coronaire hartziekte bepalen, kunnen niet worden beïnvloed. Dat geldt bijvoorbeeld voor leeftijd, mannelijk geslacht en voorkomen van vroegtijdige coronaire hartziekte in de familie (dat wil zeggen dat de ziekte bij een naast familielid al vóór de leeftijd van 50 à 55 jaar is opgetreden).

Andere risicofactoren voor coronaire hartziekte hebben te maken met de leefgewoonten die zodanig zijn te beïnvloeden dat het risico wordt verkleind. Tot die factoren behoren bijvoorbeeld een hoge cholesterolconcentratie in het bloed, hoge bloeddruk, roken (de belangrijkste beïnvloedbare risicofactor), te vet eten, gebrek aan lichaamsbeweging en overgewicht.

Het is belangrijk om hoge concentraties aan totaalcholesterol, aan het zogenoemde ‘LDL-cholesterol' (low-density-lipoproteïnecholesterol) (zie Atherosclerose: Risicofactoren en Cardiomyopathie) en en een hoge bloeddruk (Hoge bloeddruk) te verlagen, omdat deze aandoeningen het risico van coronaire hartziekte verhogen. De aandoeningen zijn

te beïnvloeden door de leefgewoonten aan te passen of geneesmiddelen te gebruiken.

Roken verhoogt het risico van coronaire hartziekte en een hartinfarct met meer dan honderd procent. Ook meeroken lijkt het risico te verhogen en dient dus te worden vermeden. Overgewicht (Overgewicht: Introductie), een verschijnsel dat vooral in Noord-Amerika en Europa steeds algemener wordt, draagt ook sterk bij aan het risico van coronaire hartziekte, vooral wanneer het vet zich ophoopt in de buikstreek.

Verder wordt het risico vergroot door een hoge bloedspiegel van lipoproteïne (a), ook een soort cholesterol, of van triglyceriden, een vetachtige stof. Daarentegen kan het risico worden verlaagd door een hoog gehalte aan HDL-cholesterol (high-density-lipoproteïnecholesterol, ofwel het ‘goede' cholesterol). Dit gehalte kan worden verhoogd door aanpassing van de leefgewoonten.

Het risico wordt ook vergroot door voeding met te weinig vezels, vitamine C en E en bepaalde stoffen die in groenten en fruit voorkomen, de zogenoemde ‘phytochemicals', die vermoedelijk de gezondheid bevorderen. Bij sommige mensen neemt het risico toe wanneer ze te weinig visolie (omega-3 meervoudig onverzadigde vetzuren) binnenkrijgen.

Het drinken van één of twee alcoholische consumpties per dag lijkt het risico van coronaire hartziekte iets te verlagen (maar het risico van een herseninfarct wordt dan iets hoger). Bij meer dan twee glazen alcohol per dag neemt het risico echter juist weer toe. Hoe groter de hoeveelheid, des te groter het risico.

Bepaalde aandoeningen verhogen het risico van coronaire hartziekte, onder meer een verhoogde spiegel van het aminozuur homocysteïne in het bloed (hyperhomocysteïnemie) (zie Atherosclerose: Risicofactoren), diabetes mellitus en een tekort aan schildklierhormonen (hypothyreoïdie). Diabetes mellitus levert een sterk verhoogd risico op. Veel diabetici hebben een hoge bloeddruk, een verhoogde cholesterolspiegel en ernstig overgewicht en ze bewegen bovendien vaak te weinig. Meer dan 80% van de diabetici overlijdt aan een hart- of vaatziekte.

Of het ontstaan van coronaire hartziekte ook wordt bevorderd door infecties met bepaalde organismen, is nog onzeker. Organismen die hiervoor in aanmerking komen, zijn bijvoorbeeld Chlamydia pneumoniae, een bacterie die longontsteking kan veroorzaken, Helicobacter pylori, een bacterie die mede verantwoordelijk is voor maagzweren, en een nog niet geïdentificeerd virus. In elk geval lijken ontstekingsverschijnselen, al dan niet veroorzaakt door een infectie, een rol te spelen bij het ontstaan van coronaire hartziekte. Als een atheroom ontstoken raakt, wordt het zachter en neemt het risico van scheuren en stolselvorming toe.

Bij zowel mannen als vrouwen kan het gebruik van mannelijke steroïdhormonen (androgenen), in de vorm van het hormoon testosteron Handelsnaam
Andriol
Testoderm
Testoviron
of synthetische anabole steroïden (zie Middelengebruik en ‑misbruik:IntroductieKader) het risico van coronaire hartziekte verhogen. Deze middelen verlagen het ‘goede' HDL-cholesterol, verhogen het ‘slechte' LDL-cholesterol en verhogen ook de bloeddruk. Al deze werkingen kunnen bijdragen aan het risico van een hartinfarct op jeugdige leeftijd of een cerebrovasculair accident. De langetermijngevolgen van het op jeugdige leeftijd gebruiken van anabole steroïden zijn nog onduidelijk.

Preventie

Het beïnvloeden van bepaalde risicofactoren draagt bij aan de preventie van coronaire hartziekte. Sommige van deze factoren hangen samen, zodat veranderingen in de ene factor ook de andere factor beïnvloeden.

Roken: het is van cruciaal belang om te stoppen met roken. Mensen die met roken stoppen, halveren hun risico van coronaire hartziekte, vergeleken met degenen die blijven roken. De duur van het roken tot het moment van stoppen doet er niet toe. Stoppen met roken verlaagt ook de kans op overlijden na een bypassoperatie of een hartinfarct.

Voeding: in het algemeen wordt geadviseerd om ten behoeve van de gezondheid niet meer dan 25 tot 35% van de dagelijkse energieopname in de vorm van vet te nuttigen. Sommige deskundigen zijn echter van mening dat vet niet meer dan 10% van de dagelijkse energieopname mag uitmaken om het risico van coronaire hartziekte te verlagen. Vetarme voeding draagt ook bij aan het verlagen van een verhoogd gehalte aan totaal cholesterol en ‘slecht' LDL-cholesterol, die ook een risicofactor vormen voor coronaire hartziekte.

Ook de soort vet is van belang. Er bestaan drie soorten vet: verzadigd, enkelvoudig onverzadigd en meervoudig onverzadigd. Verzadigde vetten zijn te vinden in vlees, volle melkproducten en kunstmatig gehydrogeneerde plantaardige oliën. Hoe minder vloeibaar een product is, des te hoger is het gehalte aan verzadigde vetten. Enkelvoudig onverzadigde vetten zitten in olijfolie en koolzaadolie. Tot de meervoudig onverzadigde vetten behoren de omega-3-vetten, die voorkomen in vette zeevis als makreel, zalm en tonijn, en omega-6-vetten, die in plantaardige oliën voorkomen (zoals producten die uit zonnebloempitten zijn vervaardigd). De optimale combinatie van vetsoorten is niet bekend. Wel is bekend dat de aanwezigheid van veel verzadigde vetten in de voeding het risico van coronaire hartziekte verhoogt, terwijl dit risico bij voeding met veel enkelvoudig onverzadigde of omega-3-vetten geringer is. Daarom wordt aanbevolen regelmatig vis te eten.

Ook het eten van ten minste vijf porties fruit of groente per dag kan het risico van coronaire hartziekte verlagen. In die voedingsmiddelen zitten allerlei phytochemicals. In hoeverre deze stoffen het risico verlagen is nog onzeker. Mensen die veel groente en fruit eten, gebruiken vaak ook minder vet, meer vezelrijke producten en meer voedingsmiddelen die vitamine C en E bevatten. Eén groep phytochemicals in het bijzonder, de zogenoemde ‘flavonoïden' (te vinden in blauwe druiven, rode wijn en zwarte theesoorten) lijkt een sterke beschermende werking te hebben.

Verder wordt vezelrijke voeding aanbevolen. Er bestaan twee soorten vezels. Oplosbare vezels (die in vloeistoffen oplossen) zijn aanwezig in haverzemelen, havermout, bonen, erwten, rijstzemelen, gerst, citrusfruit, aardbeien en appelcompote. Dit type vezels helpt een verhoogde cholesterolspiegel te verlagen. Ze kunnen ook een verhoogde bloedglucosespiegel verlagen of stabiliseren en een lage insulinespiegel verhogen. Dit type oplosbare vezels helpt zodoende het risico van coronaire hartziekte bij diabetici te verlagen. Onoplosbare vezels (niet oplosbaar in vloeistoffen) komen voor in de meeste granen en graanproducten en in bepaalde soorten fruit en groente, zoals in appelschillen, kool, bieten, wortels, spruitjes, koolraap en bloemkool. Deze vezels zijn goed voor de spijsvertering. Het eten van te veel vezels kan echter de opname van bepaalde vitaminen en mineralen belemmeren.

Ook het gebruik van sojaproducten, zoals tahoe en tempé, lijkt het risico van coronaire hartziekte te verlagen. Het gebruik van voedingsproducten die veel foliumzuur bevatten, zoals citrusfruit, tomaten, groenten en graanproducten, kan helpen de homocysteïnespiegel in het bloed te verlagen, wat het risico verkleint. Deze werking is echter nog onbewezen.

In het algemeen is het gunstig te streven naar een gezond lichaamsgewicht (zie ) en gevarieerde voeding te gebruiken. Een mediterraan voedingspatroon, gekenmerkt door grote hoeveelheden fruit, groenten, noten en olijfolie, lijkt het risico van coronaire hartziekte te verkleinen.

Verder is het van belang de aanbevolen dagelijkse hoeveelheden vitaminen en mineralen binnen te krijgen. Vitaminepreparaten worden niet beschouwd als een goed vervangingsmiddel voor een gezonde voeding. Over de rol van voedingssupplementen bij het terugdringen van het risico van coronaire hartziekte bestaat verschil van mening. Er is geen bewijs dat het gebruik van supplementen met vitamine E of C coronaire hartziekte helpt voorkomen. Het gebruik van foliumzuur of vitamine B6 en B12 kan de homocysteïnespiegel verlagen, maar er is onvoldoende bewijs om het gebruik hiervan voor de gehele bevolking te kunnen aanbevelen.

Gebrek aan lichaamsbeweging: mensen die veel bewegen, lopen minder risico coronaire hartziekte of hoge bloeddruk te krijgen. Vormen van lichaamsbeweging die het uithoudingsvermogen bevorderen (bijvoorbeeld aerobicsoefeningen als stevig wandelen, fietsen of joggen) of krachttraining (met gewichten of fitnessapparaten) helpen coronaire hartziekte te voorkomen (zie Lichaamsbeweging en conditie: Type oefeningen). Mensen die een slechte conditie hebben of al lang niet aan lichaamsbeweging hebben gedaan, dienen eerst hun arts te raadplegen alvorens met een trainingsprogramma te beginnen.

Ernstig overgewicht: aangepaste voeding en voldoende lichaamsbeweging kunnen ernstig overgewicht helpen voorkomen. Ook minder alcohol gebruiken helpt, aangezien alcohol een hoge energetische waarde heeft. Een gewichtsafname van 5 tot 10 kilogram kan het risico van coronaire hartziekte al verlagen.

Hoge cholesterolspiegel: een verhoogde bloedspiegel van totaal cholesterol en het ‘slechte' LDL-cholesterol kan worden verlaagd door lichaamsbeweging, stoppen met roken en beperking van de hoeveelheid vet in de voeding. Er zijn geneesmiddelen die een verhoogde totale- of LDL-cholesterolspiegel kunnen verlagen (lipidenverlagende middelen) (zie Vetstofwisselingsstoornissen:HyperlipoproteïnemieTabellen). De voordelen van het verlagen van de cholesterolspiegel zijn het grootst bij mensen bij wie ook andere risicofactoren meespelen, zoals roken, hoge bloeddruk, overgewicht en gebrek aan lichaamsbeweging.

Ook het verhogen van de bloedspiegel van het ‘goede' HDL-cholesterol helpt het risico van coronaire hartziekte te verkleinen. Dezelfde levensstijlaanpassingen die de totale- en de LDL-cholesterolspiegel kunnen verlagen, kunnen ook de HDL-cholesterolspiegel helpen verhogen. Bij mensen met overgewicht kan afvallen een gunstige werking hebben.

Hoge bloeddruk: het verlagen van een verhoogde bloeddruk verkleint het risico van coronaire hartziekte. De behandeling van hoge bloeddruk begint met aanpassing van de leefgewoonten: het gebruik van gezonde voeding met weinig zout, indien nodig afvallen en meer bewegen. Ook het gebruik van bepaalde geneesmiddelen (zie Hoge bloeddruk:IntroductieIllustraties) kan nodig zijn.

Diabetes mellitus: afdoende behandeling van diabetes mellitus verlaagt het risico van bepaalde complicaties bij deze aandoening, maar welke invloed een dergelijke behandeling heeft op het ontstaan van coronaire hartziekte is nog niet geheel duidelijk. Ook heeft een afdoende behandeling van diabetes mellitus een gunstige invloed op het risico van bepaalde complicaties van coronaire hartziekte.

Boter, margarine of cholesterolverlagende margarine?

Soms wordt aangeraden om in plaats van roomboter (dieet)margarine of halvarine te gebruiken om de cholesterolspiegel in het bloed te verlagen en zo het risico van coronaire hartziekte te verminderen. Boter bevat verzadigde vetten waarvan bekend is dat deze de cholesterolspiegel verhogen, terwijl margarine onverzadigde vetten bevat waarvan verondersteld wordt dat deze de cholesterolspiegel verlagen. Er zijn echter aanwijzingen dat de zogenoemde ‘transvetten' in margarine (en halvarine) het LDL-cholesterol (het slechte cholesterol) verhogen en het HDL-cholesterol (het goede cholesterol) verlagen. Of hierdoor het risico van coronaire hartziekte toeneemt, is nog niet bekend. Het lijkt echter beter deze producten te vermijden.

De term ‘verzadigd' verwijst naar het aantal waterstofatomen in een vetmolecuul. Verzadigde vetten bevatten het maximum aantal waterstofatomen per molecuul. Bij kamertemperatuur zijn deze vetten meestal hard. Onverzadigde vetten (enkelvoudig en meervoudig onverzadigd) bevatten minder waterstofatomen. In een molecuul van een enkelvoudig onverzadigd vet is nog één vrije plaats voor een waterstofatoom. Deze vetten zijn gewoonlijk bij kamertemperatuur vloeibaar, maar worden in de koelkast vast. Voorbeelden hiervan zijn olijfolie en canolaolie. In een molecuul van een meervoudig onverzadigd vet is nog plaats voor meerdere extra waterstofatomen. Deze vetten zijn gewoonlijk zowel bij kamertemperatuur als bij koelkasttemperatuur vloeibaar. Bij kamertemperatuur worden ze snel ranzig. Een voorbeeld hiervan is maïsolie. Vloeibare plantaardige oliën, zoals olijfolie of canolaolie, bevatten dus minder verzadigd vet dan harde margarine en boter.

Om meervoudig onverzadigde vetten te kunnen gebruiken in voedingswaren zonder dat deze ranzig worden en in vaste producten als margarine, worden ze gehydrogeneerd (gehard). Daarbij worden kunstmatig waterstofatomen aan de vetten worden toegevoegd. Bij dit proces ontstaan de transvetten. (Het voorvoegsel ‘trans' heeft betrekking op de plaats in het molecuul waar de extra waterstofatomen terechtkomen). Transvetten komen ook voor in bereid voedsel, zoals koekjes, toastjes, donuts, frites en andere gebakken producten.

Er zijn aanwijzingen dat verminderd gebruik van voedsel met transvetten kan bijdragen aan verlaging van de cholesterolspiegel en daarmee ook het risico van coronaire hartziekte. Het is echter niet altijd eenvoudig te bepalen in welke voedingsmiddel en transvetten zitten, omdat deze niet altijd als zodanig op het etiket staan vermeld. Wanneer echter in de lijst van ingrediënten op het etiket als eerste vet ‘gehydrogeneerd vet' of ‘gedeeltelijk gehydrogeneerd vet' staat vermeld, bevat het product transvetten. Ook het uiterlijk van een margarine of olie kan een aanwijzing geven of het product deze transvetten bevat: hoe zachter of vloeibaarder het product, des te minder transvet zit erin. Zo is het gehalte aan transvetten in tafelmargarine lager dan dat van margarine in pakjes.

Sommige margarines bevatten plantensterolen of plantenstanolen, stoffen die het totale cholesterol en het LDL-cholesterol in het bloed kunnen verlagen. De plantensterolen en ‑stanolen worden moeilijk door het lichaam opgenomen en belemmeren de absorptie van cholesterol. Deze dieetmargarines zijn toegelaten als voedingsproducten die de gezondheid van hart en bloedvaten bevorderen, mits ze worden gebruikt als onderdeel van een gezonde voeding. De producten worden gemaakt van onverzadigde vetten, bevatten minder verzadigde vetten dan boter en bevatten geen transvetten. Ze zijn echter wel duur.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Volgende: Angina pectoris

Illustraties
Tabellen
Disclaimer