MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Verbetering van therapietrouw

Mensen houden zich meestal beter aan hun behandeling als ze een goede relatie hebben met hun arts en apotheker. Voor een dergelijke relatie is communicatie over en weer noodzakelijk.

Deze communicatie kan beginnen met uitwisseling van informatie. Door vragen te stellen kan iemand de ernst van een ziekte aanvaarden, de voor- en nadelen van een behandelplan tegen elkaar afwegen en zijn situatie goed beoordelen. Door hun zorgen te bespreken ontdekken mensen dat ontkenning van de aandoening en misvattingen over hun behandeling ertoe kunnen leiden dat men vergeet de geneesmiddelen volgens de voorschriften in te nemen, wat tot ongewenste effecten leidt. Artsen en apothekers kunnen de therapietrouw stimuleren door duidelijk uit te leggen hoe de geneesmiddelen moeten worden ingenomen, waarom deze noodzakelijk zijn en wat tijdens de behandeling kan worden verwacht. Wanneer mensen weten wat ze van een geneesmiddel kunnen verwachten (positief en negatief), kunnen ze samen met de arts en andere zorgverleners beter beoordelen hoe goed het middel werkt en of er mogelijk ernstige problemen ontstaan. Schriftelijke instructies helpen voorkomen dat mensen fouten maken doordat ze zich slecht herinneren wat de arts of apotheker heeft gezegd.

Wanneer iemand door meer dan één zorgverlener wordt geholpen, is goede communicatie van groot belang. Hierdoor weten dan alle zorgverleners welke geneesmiddelen door de anderen zijn voorgeschreven. Op basis hiervan kan vervolgens een integraal behandelplan worden opgesteld zodat het aantal bijwerkingen en interacties tussen geneesmiddelen kan worden teruggedrongen. Dit leidt mogelijk tot een eenvoudiger innameschema.

Wanneer mensen meebeslissen over hun behandelplan, zullen ze zich eerder hieraan houden. Door hun medeverantwoordelijkheid voor het plan is de kans groter dat ze zich eraan houden. Verantwoordelijkheid nemen betekent ook het in de gaten houden van de positieve en negatieve effecten van de behandeling en het bespreken van zorgen met ten minste een van de zorgverleners (arts, doktersassistent, apotheker of verpleegkundige). Ongewenste of onverwachte effecten dienen te worden gemeld aan een zorgverlener in plaats van zelf de dosis aan te passen of te stoppen met het gebruik van een geneesmiddel. Wanneer een patiënt goede redenen heeft om een behandelplan niet na te komen en deze uitlegt, kan de arts of een andere zorgverlener de behandeling meestal aanpassen.

Patiënten zijn waarschijnlijk ook eerder bereid mee te werken als ze van mening zijn dat het de zorgverlener niet onverschillig laat of ze zich wel of niet aan de behandeling houden. Mensen die uitleg krijgen van een arts die zich betrokken toont, zullen eerder tevreden zijn over de ontvangen zorg en de arts eerder aardig vinden. Hoe aardiger ze hun arts vinden, des te beter houden ze zich aan het behandelplan.

Het kan ook helpen om alle geneesmiddelen bij dezelfde apotheek af te halen. Apotheken houden namelijk in de computer bij welke geneesmiddelen iemand gebruikt. Ze kunnen dus controleren of een bepaald geneesmiddel twee keer wordt voorgeschreven en of er interacties tussen geneesmiddelen kunnen optreden. Mensen die op recept verkrijgbare geneesmiddelen gebruiken, dienen hun apotheek te laten weten welke zelfzorgmiddelen en voedingssupplementen (zoals geneeskrachtige kruiden) ze gebruiken. Mensen kunnen de apotheker ook vragen wat ze kunnen verwachten van een geneesmiddel, hoe het moet worden gebruikt en welke geneesmiddelen met elkaar reageren.

Voor mensen met dezelfde aandoening zijn vaak patiëntenverenigingen opgericht. Deze verenigingen kunnen de patiënt vaak erop wijzen hoe belangrijk het is om het behandelplan na te komen en adviseren bij problemen die zich tijdens de behandeling voordoen. Namen en telefoonnummers van patiëntenverenigingen kunnen doorgaans worden verkregen bij huisartsen of via ziekenhuizen (). Geheugensteuntjes kunnen helpen mensen eraan te herinneren dat ze hun geneesmiddelen moeten gebruiken. Zo kunnen op verschillende plekken in het huis geheugenkaartjes worden geplaatst of kan het innemen van een geneesmiddel worden gekoppeld aan een specifieke, dagelijks terugkerende taak, zoals het tandenpoetsen. Ook het alarm van een horloge kan worden gebruikt als geheugensteuntje voor het innemen van een geneesmiddel. Door een zorgverlener of de patiënt zelf kan de dosis van een geneesmiddel en het tijdstip waarop deze moet worden ingenomen in een agenda worden genoteerd; wanneer het geneesmiddel is ingenomen, kan de patiënt dit afstrepen.

Een apotheek kan verpakkingen meegeven die mensen helpen de geneesmiddelen volgens de instructies te gebruiken. De dagelijkse doses voor een maand kunnen zijn verpakt in een blisterverpakking waarop datums zijn aangegeven. Op deze wijze kunnen mensen aan de lege ruimten zien welke doses ze hebben ingenomen. Op elke verpakking kan een kapje of sticker worden aangebracht die dezelfde kleur heeft als de tablet of capsule zodat patiënten gemakkelijker zien welk geneesmiddel bij de instructies op de verpakking hoort. Er kan ook worden gebruikgemaakt van doosjes of bakjes met vakjes voor elke dag van de week en/of voor verschillende tijdstippen op een dag. De vakjes worden dan regelmatig door de patiënt zelf of de zorgverlener gevuld, bijvoorbeeld aan het begin van elke week. Door in het doosje te kijken kan de persoon vaststellen of de pillen zijn ingenomen.

Ook zijn er doseringssystemen met een geprogrammeerd deksel verkrijgbaar. Deze apparaatjes beginnen te piepen of te knipperen als het tijd is voor een dosis en houden bij hoe vaak op een dag de verpakking is geopend en hoeveel uur geleden de verpakking voor het laatst is geopend. Een ander alternatief is een oproepservice met een pieper (telecommunicatiebedrijven bieden hiervoor abonnementen aan).

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Therapietrouw bij ouderen

Illustraties
Tabellen
Disclaimer