MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Selectiviteit van de plaats

Nadat middelen zijn ingeslikt, geïnjecteerd, geïnhaleerd of door de huid zijn opgenomen, komen de meeste in de bloedbaan terecht en circuleren ze door het lichaam. Sommige geneesmiddelen worden rechtstreeks toegediend op de plaats waar ze nodig zijn (bijvoorbeeld oogdruppels in de ogen). De geneesmiddelen werken vervolgens in op cellen of weefsels waar ze de beoogde effecten veroorzaken (aangrijpingspunten). Sommige geneesmiddelen zijn betrekkelijk aselectief en beïnvloeden veel verschillende weefsels of organen. Zo kan atropine, een geneesmiddel dat wordt toegediend om de spieren in het maag-darmkanaal te ontspannen, ook de spieren van het oog en de luchtwegen ontspannen. Andere geneesmiddelen zijn betrekkelijk selectief. Zo werken niet-steroïde anti-inflammatoire geneesmiddelen als acetylsalicylzuur Handelsnaam
Acetylsalicylzuur
Aspirine
Aspro
(aspirine) en ibuprofen Handelsnaam
Advil
Actifen
Brufen
Femapirin
Relian
(zie Pijn: Niet-opioïde analgetica) overal waar zich een ontsteking voordoet. Weer andere geneesmiddelen zijn zeer selectief en beïnvloeden voornamelijk één enkel orgaan of orgaansysteem. Zo beïnvloedt digoxine Handelsnaam
Lanoxin
, een geneesmiddel dat aan patiënten met hartfalen wordt gegeven, voornamelijk het hart door de pompwerking te versterken. Slaapmiddelen grijpen aan op bepaalde zenuwcellen van de hersenen.

Hoe weten geneesmiddelen waar zij hun werking moeten uitoefenen? Het antwoord ligt opgesloten in de wisselwerking met cellen of stoffen als enzymen.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Introductie

Volgende: Enzymen

Illustraties
Tabellen
Disclaimer