MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Toediening van geneesmiddelen

Geneesmiddelen kunnen op verscheidene manieren worden toegediend. Dit kan via de mond plaatsvinden (oraal) of door injectie in een ader (intraveneus), in een spier (intramusculair), in de ruimte rond het ruggenmerg (intrathecaal) of onder de huid (subcutaan). Ook kunnen geneesmiddelen onder de tong worden geplaatst (sublinguaal), in het rectum (rectaal) of de vagina (vaginaal) worden ingebracht, in het oog worden gedruppeld (oculair), in de neus worden gesprayd en geresorbeerd door de neusslijmvliezen (nasaal), meestal via de mond in de longen worden ingeademd (inhalatie) of op de huid aangebracht (cutaan) voor een plaatselijk (topisch) of gegeneraliseerd (systemisch) effect. Voor een systemisch (d.w.z. geen lokaal) effect kunnen geneesmiddelen tevens worden toegediend via een pleister op de huid (transdermaal). Iedere toedieningsvorm heeft een specifiek doel en specifieke voor- en nadelen.

Orale toediening: Orale toediening is één van de gemakkelijkste en meestal veiligste en goedkoopste toedieningsvormen. Daarom wordt deze het meest gebruikt. Vanwege de wijze waarop een geneesmiddel meestal het maag-darmkanaal passeert, kent deze toedieningsvorm echter zijn beperkingen. Bij geneesmiddelen die oraal worden toegediend, begint de resorptie soms in de mond en de maag, maar meestal vindt deze hoofdzakelijk plaats in de dunne darm. Het geneesmiddel passeert eerst de darmwand en daarna de lever voordat het met het bloed naar zijn aangrijpingspunt wordt gevoerd. Veel geneesmiddelen worden door de darmwand en de lever chemisch omgezet (gemetaboliseerd), waardoor een geringere hoeveelheid in de bloedbaan terechtkomt. Om hetzelfde effect te bereiken worden dergelijke geneesmiddelen daarom vaak in kleinere doses toegediend wanneer ze rechtstreeks in de bloedbaan (intraveneus) worden geïnjecteerd.

Wanneer een geneesmiddel oraal wordt ingenomen, kunnen voedsel en andere geneesmiddelen in het maag-darmkanaal invloed uitoefenen op de mate waarin en de snelheid waarmee het middel wordt geresorbeerd. Daarom dienen sommige geneesmiddelen op een lege maag, andere tegelijk met voedsel en weer andere helemaal niet oraal te worden ingenomen.

Sommige oraal toegediende geneesmiddelen irriteren het maag-darmkanaal. Zo kunnen acetylsalicylzuur Handelsnaam
Acetylsalicylzuur
Aspirine
Aspro
(aspirine) en de meeste andere niet-steroïde anti-inflammatoire preparaten (bijvoorbeeld ibuprofen Handelsnaam
Advil
Actifen
Brufen
Femapirin
Relian
) (zie Pijn: Niet-steroïde anti-inflammatoire preparaten (NSAID's)) de slijmvlieslaag van de maag en dunne darm aantasten en zweren veroorzaken of verergeren (zie Maagaandoeningen: Peptische zweer). Andere geneesmiddelen worden slecht of onregelmatig in het maag-darmkanaal geresorbeerd of worden door het zuur en de spijsverteringsenzymen in de maag afgebroken.

Andere toedieningsvormen worden meestal alleen gebruikt wanneer orale toediening niet mogelijk is: bijvoorbeeld wanneer iemand niets via de mond kan innemen, wanneer een geneesmiddel snel en in een nauwkeurige of zeer hoge dosis moet worden toegediend of wanneer een geneesmiddel slecht of onregelmatig vanuit het maag-darmkanaal wordt geresorbeerd.

Toediening door injectie: toediening door middel van injectie (parenterale toediening) omvat de subcutane, intramusculaire, intraveneuze en intrathecale toedieningswijzen. Een geneesmiddel kan zodanig worden bereid of geproduceerd dat het gedurende uren, dagen of langer vanuit de injectieplaats wordt geresorbeerd. Dergelijke geneesmiddelen hoeven niet zo vaak te worden toegediend als geneesmiddelen met snellere resorptie.

Bij subcutane toediening wordt net onder de huid in het vetweefsel een naald ingebracht. Nadat het geneesmiddel is geïnjecteerd, komt het in de kleinste bloedvaten (haarvaten of capillairen) terecht en wordt het door het bloed meegevoerd of bereikt het de bloedbaan via de lymfevaten. Eiwithoudende geneesmiddelen bestaande uit grote moleculen, zoals insuline, bereiken de bloedbaan meestal via de lymfevaten doordat deze middelen slechts langzaam vanuit de weefsels rond de haarvaten kunnen doordringen. Veel eiwithoudende geneesmiddelen worden subcutaan toegediend omdat dergelijke geneesmiddelen bij orale inname in het maag-darmkanaal zouden worden verteerd.

Bepaalde geneesmiddelen, zoals progesteron en oestrogeen voor anticonceptie (zie Geboorteregeling: Prikpil), kunnen worden toegediend via kunststof capsules die onder de huid (subcutaan) worden ingebracht. Deze toedieningsvorm wordt slechts zelden gebruikt.

Wanneer er grotere hoeveelheden van een geneesmiddel nodig zijn, verdient intramusculaire toediening de voorkeur boven subcutane toediening. Hierbij wordt een langere naald gebruikt, omdat de spieren onder de huid en het vetweefsel liggen. Geneesmiddelen worden meestal in het spierweefsel van de bovenarm, dij of bil geïnjecteerd. Hoe snel het geneesmiddel in de bloedbaan wordt opgenomen, is mede afhankelijk van de bloedtoevoer naar de spieren: hoe beperkter de bloedtoevoer, des te langer het duurt voordat het geneesmiddel is geresorbeerd. Tijdens lichamelijke activiteit neemt de bloedtoevoer toe.

Bij intraveneuze toediening wordt een naald rechtstreeks in een ader ingebracht. Er kan een oplossing met het geneesmiddel in een enkelvoudige dosis of via continue infusie worden toegediend. Bij infusie wordt de oplossing door de zwaartekracht (vanuit een samenvouwbare kunststof zak) of door een infusiepomp via dunne flexibele slangen naar een buisje (katheter) gevoerd dat is ingebracht in een ader, meestal in de onderarm. De beste manier om een nauwkeurige dosis snel en gecontroleerd door het hele lichaam toe te dienen, is intraveneus. Deze toedieningswijze wordt ook gebruikt voor irriterende oplossingen die, als ze subcutaan of intramusculair zouden worden geïnjecteerd, pijn en weefselschade zouden veroorzaken. Een intraveneuze injectie kan moeilijker toe te dienen zijn dan een subcutane of intramusculaire injectie omdat het inbrengen van een naald of katheter in een ader soms lastig is, vooral bij mensen met overgewicht.

Bij intraveneuze toediening komt een geneesmiddel onmiddellijk in de bloedbaan terecht en heeft het vaak sneller effect dan via een andere toedieningswijze. Vandaar dat patiënten die een intraveneuze injectie krijgen toegediend door artsen nauwlettend worden gecontroleerd op aanwijzingen dat het geneesmiddel werkt of ongewenste bijwerkingen veroorzaakt. Daarnaast houdt het effect van een geneesmiddel dat op deze wijze wordt toegediend, vaak minder lang aan.

Bij intrathecale toediening wordt een naald tussen twee wervels onder in de wervelkolom in de ruimte rond het ruggenmerg ingebracht. Het geneesmiddel wordt vervolgens in het ruggenmergkanaal geïnjecteerd. Vaak wordt een kleine hoeveelheid lokaal verdovingsmiddel gebruikt om de injectieplaats te verdoven. Deze toedieningswijze wordt gebruikt wanneer een geneesmiddel snel of lokaal effect moet hebben op de hersenen, het ruggenmerg of de vliezen die deze bedekken (meninges), bijvoorbeeld om infecties van deze structuren te behandelen. Soms worden verdovingsmiddelen op deze wijze toegediend.

Sublinguale toediening: sommige geneesmiddelen worden onder de tong (sublinguaal) geplaatst, zodat ze rechtstreeks kunnen worden geresorbeerd door de kleine bloedvaten die onder de tong liggen. Sublinguale toediening is vanwege de snelle resorptie vooral geschikt voor nitroglycerine Handelsnaam
Nitrolingual
, dat wordt gebruikt om angina pectoris (pijn op de borst door onvoldoende bloedtoevoer naar de hartspier) te verlichten. Daarbij komt het geneesmiddel onmiddellijk in de bloedbaan terecht zonder eerst de darmwand en de lever te hoeven passeren. De meeste geneesmiddelen kunnen echter niet op deze manier worden toegediend omdat de resorptie vaak onvolledig en onregelmatig plaatsvindt.

Rectale toediening: veel geneesmiddelen die oraal worden toegediend, kunnen in de vorm van een zetpil ook rectaal worden toegediend. In deze vorm wordt een geneesmiddel gemengd met een wasachtige stof die oplost of vloeibaar wordt nadat de zetpil in het rectum is ingebracht. Door de dunne wand en de rijke bloedvoorziening van het rectum wordt het geneesmiddel gemakkelijk geresorbeerd. Een zetpil wordt voorgeschreven wanneer door misselijkheid, slikklachten of een dieetbeperking (vaak nodig na een operatie) een geneesmiddel niet oraal kan worden toegediend. Geneesmiddelen die als zetpil irriterend zijn, moeten soms via injectie worden toegediend.

Vaginale toediening: bij vrouwen kunnen sommige geneesmiddelen vaginaal worden toegediend als oplossing, tablet, crème, gel of zetpil. Het geneesmiddel wordt langzaam door de vaginawand geresorbeerd. Deze methode wordt vaak gebruikt om oestrogeen toe te dienen bij vrouwen in de menopauze omdat dit middel het dunner worden van de vaginawand, een gevolg van de menopauze, helpt voorkomen. (zie Menopauze: Behandeling)

Oculaire toediening: geneesmiddelen voor behandeling van oogaandoeningen (zoals glaucoom, conjunctivitis, herpes-simplex-infecties en verwondingen) kunnen worden gemengd met inactieve stoffen om een vloeistof, gel of zalf te bereiden die op het oog kan worden aangebracht. Vloeibare oogdruppels zijn relatief gemakkelijk te gebruiken, maar kunnen te snel uit het oog lopen om goed te worden geresorbeerd. Met een gel en zalf blijft het geneesmiddel langer in contact met het oogoppervlak. Er zijn ook ingebrachte vaste hulpmiddelen beschikbaar waaruit het geneesmiddel continu en in kleine hoeveelheden vrijkomt, maar deze zijn vaak moeilijk in te brengen en op hun plaats te houden. Oculair toegediende geneesmiddelen worden bijna altijd gebruikt vanwege hun lokale effecten. Zo worden kunsttranen gebruikt om droge ogen tegen te gaan. Andere geneesmiddelen, bijvoorbeeld voor behandeling van glaucoom (zie Glaucoom: Behandeling), zoals acetazolamide Handelsnaam
Diamox
Glaupax
en betaxolol Handelsnaam
Betoptic
Kerlon
, en voor pupilverwijding, zoals fenylefrine Handelsnaam
Boradrine
Visadron
en tropicamide Handelsnaam
Tropicamide
, hebben een lokaal effect nadat ze door het hoornvlies en het bindvlies zijn geresorbeerd. Sommige van deze geneesmiddelen komen daarna in de bloedbaan terecht en kunnen ongewenste effecten hebben op andere delen van het lichaam.

Nasale toediening: als een geneesmiddel moet worden ingeademd en geresorbeerd via het dunne slijmvlies van de neusdoorgang, moet het eerst in minuscule druppeltjes in lucht worden omgezet (verneveld). Na resorptie komt het geneesmiddel in de bloedbaan terecht. Op deze wijze toegediende geneesmiddelen werken in het algemeen snel. Sommige van deze middelen irriteren de neusdoorgang. Geneesmiddelen die nasaal kunnen worden toegediend, zijn onder andere nicotine Handelsnaam
Nicorette
Nicodon
Nicotinell
(voor het stoppen met roken), calcitonine Handelsnaam
Calcitonine
(tegen osteoporose), dihydro- ergotamine Handelsnaam
Ergotamine
(tegen migraine) en corticosteroïden (tegen allergieën en astma).

Inhalatie: gassen die bij algehele verdoving worden gebruikt, zoals lachgas, worden via inhalatie toegediend. Geneesmiddelen die via inhalatie door de mond worden toegediend, moeten in kleinere deeltjes worden verneveld dan middelen die nasaal worden toegediend, zodat het geneesmiddel via de luchtpijp (trachea) in de longen kan terechtkomen. Hoe diep ze in de longen doordringen, hangt af van de grootte van de druppeltjes. Kleinere druppeltjes komen dieper. In de longen worden ze geresorbeerd in de bloedbaan. Relatief weinig geneesmiddelen worden op deze wijze toegediend omdat inhalatie nauwlettend moet worden gecontroleerd opdat iemand binnen een bepaalde tijd de juiste hoeveelheid geneesmiddel krijgt. Meestal wordt deze methode gebruikt om geneesmiddelen toe te dienen die op de longen inwerken, zoals astmamiddelen in inhalatoren.

Cutane toediening: op de huid aangebrachte geneesmiddelen worden meestal gebruikt vanwege hun lokale effecten en worden daarom meestal toegepast bij behandeling van oppervlakkige huidaandoeningen, zoals psoriasis, eczeem, huidinfecties (veroorzaakt door virussen, bacteriën en schimmels), jeuk en droge huid. Het geneesmiddel wordt gemengd met onwerkzame stoffen. Afhankelijk van de consistentie van de onwerkzame stoffen noemt men het preparaat een zalf, crème, lotion, oplossing, poeder of gel. (zie Diagnose en behandeling van huidaandoeningen)

Via de huid

Via de huid

Soms wordt een geneesmiddel via de huid toegediend: met behulp van een naald (subcutaan, intramusculair of intraveneus), een pleister (transdermaal) of door middel van implantatie.

Transdermale toediening: sommige geneesmiddelen worden door het hele lichaam gedistribueerd via een pleister die op de huid wordt aangebracht. Deze geneesmiddelen, soms vermengd met een chemische stof (zoals alcohol) voor een betere doorlaatbaarheid van de huid, passeren de huid en komen zonder injectie in het bloed terecht. Via een pleister kan het geneesmiddel langzaam en continu gedurende vele uren of dagen, of zelfs langer, worden toegediend. Hierdoor kan de bloedspiegel van het geneesmiddel relatief constant worden gehouden. Pleisters zijn bijzonder geschikt voor geneesmiddelen die snel uit het lichaam worden verwijderd en die in een andere vorm vaak zouden moeten worden ingenomen. Pleisters kunnen echter huidirritaties veroorzaken. Bovendien wordt het gebruik van pleisters beperkt door de snelheid waarmee het geneesmiddel in de huid kan doordringen. Alleen geneesmiddelen die in relatief lage dagelijkse doses worden gegeven, kunnen via pleisters worden toegediend. Voorbeelden van dergelijke geneesmiddelen zijn nitroglycerine Handelsnaam
Nitrolingual
(bij angina pectoris), scopolamine Handelsnaam
Scopoderm
(tegen reisziekte), nicotine Handelsnaam
Nicorette
Nicodon
Nicotinell
(om te stoppen met roken), clonidine Handelsnaam
Catapresan
Dixarit
(tegen hoge bloeddruk) en fentanyl Handelsnaam
Durogesic
(voor pijnbestrijding).

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Introductie

Volgende: Biotransformatie van geneesmiddelen

Illustraties
Tabellen
Disclaimer