MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Ontwikkeling van geneesmiddelen

Veel geneesmiddelen die op dit moment worden gebruikt, zijn ontdekt bij proeven met dieren en mensen. Tegenwoordig worden echter veel geneesmiddelen ontwikkeld met het oog op een specifieke aandoening. Eerst worden de abnormale biochemische en cellulaire veranderingen vastgesteld die door een ziekte worden veroorzaakt. Vervolgens kunnen verbindingen worden bedacht die deze afwijkingen specifiek kunnen voorkomen of verhelpen (door interactie met specifieke plaatsen in het lichaam). Wanneer een nieuwe verbinding veelbelovend is, wordt de structuur gewoonlijk vele malen aangepast om het vermogen om op het bedoelde punt aan te grijpen (selectiviteit) en aan dit punt gebonden te blijven (affiniteit) te optimaliseren. Dit gebeurt tevens ter optimalisatie van de werkingssterkte, effectiviteit (werkzaamheid) en veiligheid. Bij de ontwikkeling van geneesmiddelen wordt ook met andere factoren rekening gehouden, zoals de vraag of het middel via de darmwand wordt opgenomen en of het stabiel is in lichaamsweefsels en ‑vloeistoffen. Deze factoren hebben betrekking op wat het lichaam met het geneesmiddel doet (farmacokinetiek (zie Toediening en kinetiek van geneesmiddelen)) en wat het geneesmiddel met het lichaam doet (farmacodynamiek (zie Farmacodynamiek)).

In het ideale geval heeft een geneesmiddel een grote selectiviteit (specificiteit) voor zijn aangrijpingspunt, zodat het weinig of geen effect heeft op andere orgaanstelsels, met andere woorden: het heeft geen of minimale bijwerkingen (zie Bijwerkingen van geneesmiddelen). Verder moet het geneesmiddel zeer krachtig en effectief zijn, zodat lage doses kunnen worden gebruikt, zelfs voor aandoeningen die moeilijk te behandelen zijn. Het geneesmiddel moet effectief zijn bij inname via de mond (voor gemakkelijke toediening) en moet goed vanuit het maag-darmkanaal worden opgenomen. Verder moet het in lichaamsweefsels en -vloeistoffen redelijk stabiel zijn, zodat in het ideale geval één dosis per dag voldoende is.

Tijdens de ontwikkeling van een geneesmiddel worden de standaarddosis of de gemiddelde dosis vastgesteld. Mensen reageren echter verschillend op geneesmiddelen. Vele factoren, zoals leeftijd (zie Geneesmiddelen bij ouderen), gewicht, genetische eigenschappen en de aanwezigheid van andere aandoeningen, beïnvloeden de reactie op geneesmiddelen (zie Factoren die de reactie op geneesmiddelen beïnvloeden). Met deze factoren moet rekening worden gehouden wanneer artsen de dosis voor een bepaalde patiënt vaststellen.

VAN LABORATORIUM NAAR MEDICIJNKASTJE

Na ontdekking of ontwikkeling van een geneesmiddel dat mogelijk bruikbaar is bij de behandeling van een aandoening, wordt het onderzocht in een laboratoriumsituatie (dit heet ‘preklinisch onderzoek'), onder andere bij dieren. Bij preklinisch onderzoek wordt informatie verzameld over het werkingsmechanisme en de effectiviteit van het geneesmiddel en over de toxische effecten die het veroorzaakt, waaronder mogelijke effecten op het vermogen tot voortplanting en op de gezondheid van het nageslacht. Veel geneesmiddelen worden in deze fase afgekeurd omdat ze te toxisch of niet effectief blijken.

Als een potentieel geneesmiddel na preklinisch onderzoek veelbelovend lijkt, wordt het middel in meerdere fasen bij mensen onderzocht (het zogenoemde ‘klinisch onderzoek'). Naast bepaling van de werkzaamheid van het geneesmiddel richt het onderzoek bij mensen zich op het type en de incidentie van bijwerkingen en op factoren die mensen gevoelig maken voor dergelijke reacties (zoals leeftijd, geslacht, andere aandoeningen en het gebruik van andere geneesmiddelen).

Als deze onderzoeken aangeven dat het geneesmiddel effectief en veilig is, wordt een registratieaanvraag voor een nieuw geneesmiddel bij het CBG ingediend (inclusief gegevens van het onderzoek bij dieren en mensen, beoogde fabricageprocedures van het geneesmiddel, informatie voor de bijsluiter en etikettering van het product). Het CBG beoordeelt vervolgens alle

informatie en besluit of het geneesmiddel effectief en veilig genoeg is om op de markt te mogen brengen. Als het geneesmiddel door het CBG wordt goedgekeurd, komt het beschikbaar voor behandeling van patiënten. Het gehele proces duurt meestal ongeveer 10 jaar. Gemiddeld worden slechts 5 op de 4000 in het laboratorium onderzochte geneesmiddelen bij mensen onderzocht en slechts 1 op de 5 bij mensen onderzochte geneesmiddelen wordt goedgekeurd en komt in het medicijnkastje terecht.

Nadat een nieuw geneesmiddel is goedgekeurd, moet de fabrikant het gebruik van het middel nauwlettend volgen en elke niet eerder ontdekte bijwerking direct melden. Artsen en apothekers worden aangemoedigd mee te werken aan deze doorlopende controle van het geneesmiddel. Dergelijke controle is belangrijk omdat voor het op de markt brengen van het geneesmiddel zelfs bij uitgebreid onderzoek alleen relatief vaak voorkomende bijwerkingen (die bij ongeveer 1 op de 1000 doses optreden) kunnen worden opgespoord. Belangrijke bijwerkingen die bij 1 op de 10.000 (of meer) doses optreden, kunnen pas worden ontdekt wanneer een groot aantal mensen het geneesmiddel gebruikt, dus nadat het op de markt is verschenen. Het CBG kan de goedkeuring intrekken als er nieuwe aanwijzingen zijn dat een geneesmiddel mogelijk ernstige bijwerkingen veroorzaakt. Zo werd het afslankmiddel fenfluramine van de markt gehaald omdat sommige gebruikers ernstige hartaandoeningen kregen.

Na ontdekking of ontwikkeling van een geneesmiddel dat mogelijk bruikbaar is bij de behandeling van een aandoening, wordt het onderzocht in een laboratoriumsituatie (dit heet ‘preklinisch onderzoek'), onder andere bij dieren. Bij preklinisch onderzoek wordt informatie verzameld over het werkingsmechanisme en de effectiviteit van het geneesmiddel en over de toxische effecten die het veroorzaakt, waaronder mogelijke effecten op het vermogen tot voortplanting en op de gezondheid van het nageslacht. Veel geneesmiddelen worden in deze fase afgekeurd omdat ze te toxisch of niet effectief blijken.

Als een potentieel geneesmiddel na preklinisch onderzoek veelbelovend lijkt, wordt het middel in meerdere fasen bij mensen onderzocht (het zogenoemde ‘klinisch onderzoek'). Naast bepaling van de werkzaamheid van het geneesmiddel richt het onderzoek bij mensen zich op het type en de incidentie van bijwerkingen en op factoren die mensen gevoelig maken voor dergelijke reacties (zoals leeftijd, geslacht, andere aandoeningen en het gebruik van andere geneesmiddelen).

Als deze onderzoeken aangeven dat het geneesmiddel effectief en veilig is, wordt een registratieaanvraag voor een nieuw geneesmiddel bij het CBG ingediend (inclusief gegevens van het onderzoek bij dieren en mensen, beoogde fabricageprocedures van het geneesmiddel, informatie voor de bijsluiter en etikettering van het product). Het CBG beoordeelt vervolgens alle

informatie en besluit of het geneesmiddel effectief en veilig genoeg is om op de markt te mogen brengen. Als het geneesmiddel door het CBG wordt goedgekeurd, komt het beschikbaar voor behandeling van patiënten. Het gehele proces duurt meestal ongeveer 10 jaar. Gemiddeld worden slechts 5 op de 4000 in het laboratorium onderzochte geneesmiddelen bij mensen onderzocht en slechts 1 op de 5 bij mensen onderzochte geneesmiddelen wordt goedgekeurd en komt in het medicijnkastje terecht.

Nadat een nieuw geneesmiddel is goedgekeurd, moet de fabrikant het gebruik van het middel nauwlettend volgen en elke niet eerder ontdekte bijwerking direct melden. Artsen en apothekers worden aangemoedigd mee te werken aan deze doorlopende controle van het geneesmiddel. Dergelijke controle is belangrijk omdat voor het op de markt brengen van het geneesmiddel zelfs bij uitgebreid onderzoek alleen relatief vaak voorkomende bijwerkingen (die bij ongeveer 1 op de 1000 doses optreden) kunnen worden opgespoord. Belangrijke bijwerkingen die bij 1 op de 10.000 (of meer) doses optreden, kunnen pas worden ontdekt wanneer een groot aantal mensen het geneesmiddel gebruikt, dus nadat het op de markt is verschenen. Het CBG kan de goedkeuring intrekken als er nieuwe aanwijzingen zijn dat een geneesmiddel mogelijk ernstige bijwerkingen veroorzaakt. Zo werd het afslankmiddel fenfluramine van de markt gehaald omdat sommige gebruikers ernstige hartaandoeningen kregen.

fase

onderzoeksgroep

doel

duur

   

preklinisch onderzoek

laboratoriumsituatie (zoals celkweken en dieren)

bepaling van de chemische en fysische eigenschappen van het geneesmiddel en beoordeling van de veiligheid en effecten van het geneesmiddel bij levende organismen

2-6,5 jaar

klinisch onderzoek

fase 1

10-100 gezonde vrijwilligers

bepaling basisveiligheid en met verschillende doses van het geneesmiddel bereikte bloedwaarden

1,5 jaar

fase 2

50-500 mensen die de onderzochte aandoening hebben

bepaling van de effectiviteit en het doseringsbereik, en vaststelling van de kinetiek en bijwerkingen van het geneesmiddel

2 jaar

fase 3

300-30.000 mensen die de onderzochte aandoening hebben

vaststelling van het effectiefste doseringsschema en het verkrijgen van meer informatie over de effectiviteit en de bijwerkingen van het geneesmiddel

3,5 jaar

beoordeling door CBG

alle informatie uit preklinisch en klinisch onderzoek

bepaling of het geneesmiddel effectief en veilig is gebleken

0,5-1 jaar

fase 4

alle mensen die het geneesmiddel gebruiken

vaststelling van problemen die niet optraden tijdens fase 1, 2 of 3, waaronder bijwerkingen die pas na lange tijd optreden en bijwerkingen die nauwelijks voorkomen

voortdurend

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Effectiviteit en veiligheid

Volgende: Placebo's

Illustraties
Tabellen
Disclaimer