MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Print dit onderwerp

Sectie

Hoofdstuk

Introductie

-
-

Bekkenbodemaandoeningen betreffen een verzakking (prolaps) van de blaas, endeldarm (rectum) of baarmoeder (uterus) als gevolg van zwakte of beschadiging van de banden (ligamenten), het bindweefsel en de spieren van het bekken.

Bekkenbodemaandoeningen komen alleen bij vrouwen voor en vaker bij oudere vrouwen. Ongeveer 1 op de 11 vrouwen moet ooit worden geopereerd in verband met een bekkenbodemaandoening.

De bekkenbodem is een netwerk van spieren, banden en weefsels die de bekkenorganen (baarmoeder, blaas en endeldarm) als een hangmat ondersteunen. Als de spieren verslappen of de banden of weefsels worden uitgerekt of beschadigd, kunnen de bekkenorganen verzakken en in de vaginawand uitstulpen. Als de aandoening ernstig is, kunnen weefsels door de vagina tot buiten het lichaam uitstulpen.

Bekkenbodemaandoeningen worden meestal door een combinatie van factoren veroorzaakt. Door een zwangerschap en een vaginale bevalling kunnen bepaalde steunweefsels in het bekken worden verzwakt of uitgerekt. Bekkenbodemaandoeningen komen vaker voor bij vrouwen die meerdere keren vaginaal zijn bevallen en het risico wordt met elke bevalling groter. Bij de bevalling zelf kunnen zenuwen beschadigd raken, wat tot spierzwakte leidt. Een bevalling via een keizersnede kan het risico van een bekkenbodemaandoening verkleinen.

Ook overgewicht, chronisch hoesten (bijvoorbeeld als gevolg van een longaandoening of door roken), veelvuldig moeten persen tijdens de stoelgang en het tillen van zware voorwerpen kunnen bijdragen aan het ontstaan van bekkenbodemaandoeningen. Andere oorzaken zijn onder meer zenuwaandoeningen, verwondingen en tumoren. Sommige vrouwen hebben vanaf hun geboorte zwakke bekkenweefsels. Naarmate vrouwen ouder worden, kunnen de steunweefsels in het bekken zwakker worden, waardoor het risico van bekkenbodemaandoeningen toeneemt.

Typen en symptomen

Alle bekkenbodemaandoeningen zijn in wezen breuken (hernia's). Bij een breuk stulpt weefsel uit doordat een ander weefsel verzwakt is. De verschillende typen bekkenbodemaandoeningen worden genoemd naar het orgaan dat is aangedaan. Vaak komen bij een vrouw meer dan één type voor. Het meest voorkomende symptoom bij alle typen bekkenbodemaandoeningen is een zwaar of drukkend gevoel in het gebied van de vagina, alsof de baarmoeder, blaas of endeldarm naar buiten zakt.

Symptomen doen zich gewoonlijk voor als de vrouw staat en ze verdwijnen zodra ze gaat liggen. Sommige vrouwen ervaren pijn bij de geslachtsgemeenschap. Lichte vormen veroorzaken soms pas op latere leeftijd symptomen.

Een rectokèle ontstaat wanneer de endeldarm verzakt en in de achterwand van de vagina uitstulpt. De oorzaak is een verzwakking van de spierwand van de endeldarm en van het bindweefsel rondom de endeldarm. Een rectokèle kan de stoelgang bemoeilijken en een gevoel van obstipatie veroorzaken. Sommige vrouwen moeten een vinger in de vagina brengen om de ontlasting naar buiten te duwen.

Een enterokèle ontstaat wanneer het buikvlies (peritoneum) naar beneden uitpuilt tussen de baarmoeder en de endeldarm of, als de baarmoeder is verwijderd, tussen blaas en endeldarm. De oorzaak is verzwakking van het bindweefsel en de banden die de baarmoeder ondersteunen. Een enterokèle veroorzaakt vaak geen symptomen. Sommige vrouwen hebben echter een vol gevoel of voelen druk of pijn in het bekken. Ook pijn in de onderrug kan voorkomen.

Een cystokèle ontstaat wanneer de blaas verzakt en in de voorwand van de vagina uitstulpt. De oorzaak is verzwakking van het bindweefsel en de steunweefsels rondom de blaas. Een cysto-urethrokèle lijkt op een cystokèle, maar ontstaat wanneer ook de blaashals (het bovenste deel van de plasbuis) verzakt. Deze beide aandoeningen kunnen leiden tot stressincontinentie (urineverlies tijdens hoesten, lachen of andere activiteiten waarbij de druk in de buik plotseling toeneemt) of tot overloopincontinentie (urineverlies wanneer de blaas te vol wordt). Na het urineren kan de vrouw het gevoel hebben dat de blaas niet helemaal leeg is. Soms ontstaat een urineweginfectie. Omdat de zenuwen naar de blaas of plasbuis beschadigd kunnen zijn, kunnen vrouwen met deze aandoeningen last krijgen van urge-incontinentie (een sterke, niet te onderdrukken aandrang om te urineren, met als gevolg urineverlies).

Bij een verzakking van de baarmoeder (prolaps) zakt de baarmoeder in de vagina omlaag. De oorzaak is meestal verzwakking van het bindweefsel en de banden die de baarmoeder ondersteunen. De baarmoeder kan uitpuilen in het bovenste of middelste gedeelte van de vagina, maar ook volledig door de vaginale opening zakken (totale uterusprolaps). Een baarmoederverzakking kan pijn onder in de rug of boven het staartbeen veroorzaken, hoewel veel vrouwen helemaal geen symptomen hebben. Een totale baarmoederverzakking kan pijn bij het lopen veroorzaken. Op de uitstulpende baarmoederhals kunnen wondjes ontstaan die bloedingen, afscheiding en een infectie kunnen veroorzaken. Door een baarmoederverzakking kan een knik in de plasbuis ontstaan, waardoor een eventuele urine-incontinentie soms niet wordt ontdekt of er problemen met de urinelozing ontstaan. Vrouwen met een totale baarmoederverzakking kunnen ook problemen met de stoelgang hebben.

Bij een verzakking van de vagina zakt het bovenste deel van de vagina in het onderste deel, zodat de vagina binnenstebuiten wordt gekeerd. Het bovenste deel kan gedeeltelijk verzakken, maar ook volledig door de vagina naar buiten uitpuilen (totale vaginaprolaps). Een vaginaverzakking ontstaat alleen bij vrouwen bij wie de baarmoeder is verwijderd. Een totale vaginaverzakking kan pijn bij het zitten of lopen veroorzaken. Op de uitstulpende vagina kunnen wondjes ontstaan die bloedingen en afscheiding kunnen veroorzaken. Een vaginaverzakking kan leiden tot een niet te onderdrukken of frequente aandrang om te urineren. Er kan ook een knik in de plasbuis ontstaan, waardoor een eventuele urine-incontinentie soms niet wordt ontdekt of er problemen met de urinelozing ontstaan. Ook de stoelgang kan worden bemoeilijkt.

Wanneer de bodem wegvalt: verzakking in het bekken

Wanneer de bodem wegvalt: verzakking in het bekken

Diagnose

Een bekkenbodemaandoening kan meestal worden vastgesteld tijdens een inwendig onderzoek met behulp van een speculum (een instrument dat de wanden van de vagina spreidt). Om de ernst van een rectokèle te bepalen kan de arts één vinger in de vagina en een andere in de endeldarm brengen.

Er kunnen onderzoeken worden uitgevoerd om te bepalen hoe goed de blaas en endeldarm functioneren, bijvoorbeeld urineonderzoek. Aan de hand van dergelijk onderzoek kan een arts bepalen of de beste behandeling bestaat uit het voorschrijven van geneesmiddelen of het uitvoeren van een operatie. Als een vrouw problemen met de urinelozing heeft of last heeft van urine-incontinentie, kan de arts met een flexibele kijkbuis het inwendige van de blaas (cystoscopie) of de plasbuis (urethroscopie) bekijken. Ook kan zogenoemd ‘urodynamisch onderzoek' (UDO) worden uitgevoerd, waarbij de functie van blaas, blaashals en endeldarm worden beoordeeld. De arts kan vaststellen of een baarmoederverzakking mogelijk urine-incontinentie voorkomt.

Behandeling

Bij een lichte verzakking kunnen de bekkenbodemspieren worden versterkt met Kegel-oefeningen. Kegel-oefeningen zijn gericht op de spieren rondom de vagina, plasbuis en endeldarm (de spieren die de urinestroom moeten tegenhouden). Deze spieren worden ongeveer 10 seconden stevig aangespannen en vervolgens ongeveer 10 seconden ontspannen. De oefening wordt 10 tot 20 keer herhaald. Het is aan te bevelen de oefeningen enkele malen per dag uit te voeren. Vrouwen kunnen Kegel-oefeningen zowel zittend als staand of liggend doen.

Bij een ernstige verzakking kunnen de bekkenorganen met een ring worden ondersteund. Een dergelijke ring, die op een pessarium lijkt, is vooral zinvol voor vrouwen die op een operatie wachten of die niet kunnen worden geopereerd. Een arts probeert ringen van verschillende grootte uit door ze in te brengen en weer te verwijderen totdat de juiste maat is gevonden. Een ring kan wekenlang onafgebroken worden gedragen. Een vrouw kan de ring periodiek bij de huisarts laten reinigen. De ring kan de vaginale weefsels irriteren en een onaangenaam ruikende afscheiding veroorzaken. Zolang zich geen andere problemen voordoen, kunnen deze vrouwen de ring blijven gebruiken, mits deze regelmatig wordt uitgenomen en schoongemaakt.

Vrouwen kunnen vaginale zetpillen of een crème met oestrogeen gebruiken. Met deze preparaten kunnen de vaginale weefsels gezond worden gehouden en kunnen wondjes worden voorkomen.

Vaak is een operatie noodzakelijk, maar deze wordt gewoonlijk pas uitgevoerd wanneer een vrouw geen kinderwens meer heeft. Bij een operatie worden de instrumenten meestal via de vagina ingebracht. Het verzwakte gebied wordt gelokaliseerd en de weefsels rond het orgaan worden opgetrokken om te voorkomen dat het door het verzwakte gebied zakt.

Bij een ernstige verzakking van de baarmoeder of de vagina kan een buikoperatie nodig zijn. Het bovenste deel van de vagina wordt vastgehecht aan een nabijgelegen bot in het bekken. De urine wordt na de operatie gedurende 5 dagen via een ingebrachte katheter afgevoerd. Als de vrouw last heeft van urine-incontinentie of als dit probleem zou ontstaan na herstel van de baarmoederverzakking, kan de incontinentie tijdens dezelfde operatie chirurgisch worden verholpen. In dergelijke gevallen zal de katheter mogelijk langer blijven zitten. Na de operatie mag de vrouw ten minste 3 maanden niet zwaar tillen, rekken of langdurig staan.

Als door een verzakking van de endeldarm de stoelgang wordt bemoeilijkt, kan een operatie noodzakelijk zijn.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Disclaimer