MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Bijlage

Onderwerp

Algemeen toegepaste medische onderzoeksmethoden

Er bestaan veel verschillende onderzoeksmethoden. Veel tests zijn speciaal op een bepaalde aandoening of op een groep aandoeningen afgestemd. In dit boek worden deze speciale onderzoeksmethoden meestal in de context van de desbetreffende aandoeningen beschreven. Bij een groot aantal aandoeningen worden echter veel andere onderzoeken algemeen toegepast.

Onderzoeken worden om tal van redenen uitgevoerd, onder meer in het kader van bevolkingsonderzoek, voor het diagnosticeren van een ziekte, voor het bepalen van de ernst van een ziekte zodat een behandelplan kan worden opgesteld en ter controle van de reactie op een behandeling. Soms wordt een onderzoek voor meer dan één doel gebruikt. Zo kan een bloedonderzoek aantonen dat iemand te weinig rode bloedcellen heeft (bloedarmoede of anemie) en wordt hetzelfde onderzoek na de behandeling herhaald om te controleren of het aantal rode bloedcellen weer normaal is. In sommige gevallen wordt een aandoening behandeld terwijl tegelijkertijd een preventief of diagnostisch onderzoek wordt uitgevoerd. Zo kunnen tijdens een colonoscopie, een onderzoek waarbij met een flexibele kijkbuis de dikke darm van binnen wordt onderzocht, goedaardige gezwellen (poliepen) worden aangetroffen en nog voordat het onderzoek is voltooid worden verwijderd.

Soorten onderzoek

Medische onderzoeken kunnen in zes categorieën worden ingedeeld: analyse van lichaamsvloeistoffen, beeldvormend onderzoek, endoscopie, meting van lichaamsfuncties, biopsie en analyse van genetisch materiaal in cellen. In veel gevallen is de scheidslijn tussen deze categorieën vervaagd. Zo kan een onderzoeker tijdens een endoscopie van de maag de maag van binnen bekijken en gelijktijdig weefselmonsters afnemen voor laboratoriumonderzoek.

Analyse van lichaamsvloeistoffen: bestaat meestal uit onderzoek van het bloed, de urine en het vocht dat het ruggenmerg en de hersenen omgeeft (cerebrospinale vloeistof). Onderzoek van zweet en speeksel en vocht uit het maag-darmkanaal (bijvoorbeeld maagsappen) komt minder vaak voor. In sommige gevallen is het geanalyseerde vocht uitsluitend bij een bepaalde ziekte aanwezig. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer vocht zich ophoopt in de buik (ascites) of in de ruimte tussen de twee vliezen die de longen bedekken (pleura-effusie).

Beeldvormend onderzoek: omvat onderzoek waarbij een afbeelding wordt verkregen van de binnenkant van het lichaam, in zijn geheel of slechts van bepaalde delen. Een röntgenfoto is het meest toegepaste beeldvormende onderzoek; andere onderzoeksmethoden zijn onder meer echografie, onderzoek met behulp van radio-isotopen (nucleair geneeskundig onderzoek), computertomografie (CT), magnetische kernspinresonantie (magnetic resonance imaging, MRI) en positronemissietomografie (PET).

Bij endoscopie: wordt een kijkbuis gebruikt om de binnenkant van lichaamsorganen of -holten rechtstreeks te bekijken. Een endoscoop is meestal flexibel, hoewel er ook niet-flexibele typen zijn. Het uiteinde van de endoscoop is gewoonlijk voorzien van een lichtbron en camera, zodat de beelden op een beeldscherm te zien zijn terwijl de onderzoeker door de endoscoop kijkt. Vaak worden via een kanaal in de endoscoop medische instrumenten ingebracht, bijvoorbeeld om weefselmonsters weg te snijden.

Bij endoscopisch onderzoek wordt de kijkbuis meestal door een bestaande lichaamsopening ingebracht. Zo wordt bij oesofagogastroduodenoscopie (OGD) een kijkbuis door de mond ingebracht. Bij colonoscopie wordt een kijkbuis door de anus ingebracht. Soms moet er echter een opening in het lichaam worden gemaakt. Dit kan door middel van een kleine insnijding (incisie) in de huid en de eronder gelegen weefsellagen, zodat de endoscoop in een lichaamsholte kan worden ingebracht. Zo wordt bij artroscopie een endoscoop door een insnijding ingebracht om een gewricht als de knie of de schouder te bekijken.

Meting van lichaamsfuncties: omvat vaak het registeren en analyseren van de activiteit van diverse organen. Zo wordt de elektrische activiteit van het hart gemeten met behulp van elektrocardiografie (ECG) en die van de hersenen met elektro-encefalografie (EEG).

Bij een biopsie: wordt een weefselmonster afgenomen en onderzocht, meestal met behulp van een microscoop. Het onderzoek richt zich vaak op het vinden van afwijkende cellen die op een ontsteking of een ziekte als kanker kunnen duiden. Weefsels die vaak worden onderzocht, zijn onder meer huid, borst, long, lever, nier en bot.

Analyse van genetisch materiaal: omvat meestal onderzoek van huid-, bloed- of beenmergcellen. Genetisch onderzoek bestaat uit onderzoek naar afwijkingen van de chromosomen, de genen, of beide. Genetisch onderzoek omvat DNA-analyse. Bij een foetus kan genetisch onderzoek worden uitgevoerd om vast te stellen of er sprake is van een erfelijke afwijking. Bij kinderen en jongvolwassenen wordt vaak genetisch onderzoek uitgevoerd om te bepalen of zij zelf een ziekte hebben of om te bepalen welk risico zij hebben een bepaalde ziekte te krijgen. Volwassenen ondergaan soms een genetisch onderzoek om te bepalen hoe groot het risico is dat hun nakomelingen bepaalde ziekten krijgen.

Risico's en resultaten

Aan elk onderzoek is een risico verbonden. Het risico kan beperkt blijven tot de noodzaak van vervolgonderzoek bij een afwijkend resultaat, maar het is ook mogelijk dat er tijdens het onderzoek letsel ontstaat. Artsen wegen het risico van een onderzoek af tegen het nut van de informatie die het oplevert.

Normale onderzoeksresultaten vallen binnen een bereik dat is gebaseerd op de gemiddelde waarden bij een gezonde bevolking; de waarden van 95 procent van de gezonde mensen vallen binnen dit bereik. De gemiddelde waarden zijn voor mannen en vrouwen echter verschillend en bovendien kunnen ze door de leeftijd worden beïnvloed. De waarden kunnen ook per laboratorium variëren.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Volgende: Bloedonderzoeken

Illustraties
Tabellen
Disclaimer