SilicoseSilicose is blijvende littekenvorming in longweefsel, veroorzaakt door het inhaleren van kiezelzuurstof (kwarts).
Silicose, de oudste bekende beroepsziekte van de longen, ontstaat bij mensen die jarenlang kiezelzuurstof hebben geïnhaleerd. Kiezelzuur is het hoofdbestanddeel van zand, dus veel mijnwerkers, steenhouwers, werknemers in gieterijen en in keramiek/porseleinfabrieken komen er mee in aanraking. De symptomen doen zich meestal pas voor na 20 tot 30 jaar blootstelling aan een bepaalde stof. Bij werkzaamheden waarbij veel kiezelzuurstof vrijkomt, zoals zandstralen, tunnelbouw en de fabricage van schuurpoeder, kunnen de symptomen al binnen tien jaar optreden.
Na inhalatie komen de deeltjes kiezelzuur in de longen terecht, waar de stofdeeltjes door 'vreetcellen' zoals macrofagen worden opgenomen. De enzymen die deze cellen afgeven veroorzaken de littekenvorming in het longweefsel. Aanvankelijk zien die littekens er uit als kleine ronde bolletjes (nodulaire silicose), maar uiteindelijk verenigen ze zich tot grote massa's (silicoseconglomeraat). In deze gebieden met littekenweefsel kan zuurstof niet normaal in het bloed worden opgenomen. De longen worden minder elastisch en de ademhaling vraagt meer inspanning.Symptomen en diagnosePatiënten met nodulaire silicose hebben geen problemen met ademhalen, maar omdat de grote luchtwegen geïrriteerd zijn (bronchitis), hoesten ze, waarbij sputum wordt opgegeven. Bij geconglomereerde silicose kunnen hoesten, sputumproductie en ernstige kortademigheid optreden. Kortademigheid treedt aanvankelijk alleen bij inspanning op, maar in een later stadium zelfs in rust. De ademhaling kan nog gedurende twee tot vijf jaar nadat met werken is gestopt verslechteren. Door de longbeschadiging moet het hart extra inspanning leveren, met mogelijk fataal hartfalen als gevolg. Ook geldt dat wanneer silicosepatiënten in aanraking komen met het micro-organisme dat tuberculose veroorzaakt (Mycobacterium tuberculosis), zij drie keer meer kans op tuberculose hebben dan mensen zonder silicose.
De diagnose silicose wordt gesteld wanneer op de thoraxfoto van iemand die met kiezelzuur heeft gewerkt, het kenmerkende patroon van littekens en knobbeltjes zichtbaar is.PreventieDe hoeveelheid stof op de werkplek beperken kan bijdragen aan het voorkomen van silicose. Wanneer dit moeilijk te verwezenlijken is, zoals bij zandstralen het geval kan zijn, dienen de werknemers hoofdbedekking te dragen die schone buitenlucht aanvoert of een masker dat alle kleine deeltjes volledig opvangt. Wellicht is niet voor iedereen die in een stoffige omgeving werkt (bijvoorbeeld schilders en lassers) een dergelijke bescherming beschikbaar. Daarom dienen zoveel mogelijk andere schuurmiddelen in plaats van zand te worden gebruikt.
Bij werknemers die aan kiezelzuurdeeltjes worden blootgesteld, dient regelmatig een thoraxfoto te worden gemaakt zodat het probleem in een vroeg stadium kan worden ontdekt. Zandstralers dienen twee keer per jaar te worden gecontroleerd en mensen met andere risicoberoepen elke twee tot vijf jaar. Als de thoraxfoto silicose aantoont, zal de arts de werknemer waarschijnlijk aanraden om verdere blootstelling aan kiezelzuur zoveel mogelijk te vermijden.BehandelingSilicose kan niet worden genezen. Als een patiënt die nog in een vroeg stadium van de ziekte verkeert echter niet meer aan kiezelzuur wordt blootgesteld, is er kans dat de silicose zich niet verder uitbreidt. Een patiënt die moeite heeft met ademhalen, kan baat hebben bij de behandelingen die bij COPD worden toegepast, zoals het gebruik van geneesmiddelen om de luchtwegen open en vrij van secreties te houden. Omdat patiënten met silicose een hoog risico lopen om tuberculose te krijgen, moeten ze regelmatig worden onderzocht, waarbij ook een huidtest op tuberculose wordt uitgevoerd. |
|